RESPONS OP GENADE - een Nieuwe Kerk preek van Rev. Fred Elphick.

Wij geloven dat alle woorden van de Heer Goddelijke waarheden in zich bergen. Sommige dingen die we horen, noemen we “lege woorden”, en we menen dat de spreker niet serieus is. Maar de woorden van onze Heer zijn vol met Zijn liefde en genade. De gewaarwording is als het gevoel van warmte en licht van de zon, zodra de wolken open breken.
Vandaag dan zullen we zien hoe dit gebeurt in de gelijkenis van de rijke man en Lazarus. Eén idee daarin is simpel, dat goede mensen naar de hemel en slechte naar de hel gaan. Het soort leven dat we kiezen, bepaalt waar we heen gaan. Zodoende worden onze gewoonlijke keuzes blijvend. (Bij voorbeeld, als je bij iedere kleinigheid uit je vel springt, kan het een gewoonte en uiteindelijk blijvend worden). En tenslotte kunnen mensen die de hel verkozen hebben – zij die weigeren berouw te hebben – niet meer overstappen naar de hemel, noch ook andersom. Er gaapt een grote kloof tussen beide.
Dit zijn enkele onderliggende gedachten die we uit deze parabel kunnen halen. Ze lijken hard te zijn. Toch zijn ze gevuld met liefde (Hierover later meer).
Tegen het einde worden de vijf broers van de rijke man genoemd, die nog in de wereld leven. Hoe kunnen zij tot berouw gebracht worden – om het zelfde lot als van de rijke man te ontlopen? Het antwoord luidt: “zij hebben Mozes en de profeten, laat ze daarnaar luisteren” . Toen zei de rijke man: “.. maar als iemand van de doden tot hen zou gaan, zullen zij berouw hebbenMaar het antwoord was, dat de broers geen berouw zouden tonen, omdat zij niet luisterden naar de woorden van Mozes en de profeten: Als zij Mozes en de profeten niet horen, zullen zij evenmin overtuigd worden door één die uit de doden weer opstaat.(Luc. 16: 29-31). De Heer Zelf stond op uit de doden maar de geschiedenis wijst uit dat betrekkelijk weinigen overtuigd raakten. Er is iets meer nodig.
In sommige opzichten zijn we als de rijke man. We hebben een grote rijkdom aan leringen in de Geschriften voor de Nieuwe Kerk. Zij zijn getrokken uit het Oude en het Nieuwe Testament. En aan onszelf overgelaten, zijn we ook als de vijf broers die inde wereld leefden. We hebben deze rijkdom aan kennis. Maar luisteren we naar wat het ons leert?
Wat te denken van de kloof tussen goed en kwaad – die vaste kloof tussen de hemel in ons en de hel, waartoe we van nature geneigd zijn. Die kloof is het denkende deel van onze geest. We leven er in. Geestelijk gesproken, leeft ons gemoed – onze geest – op dit moment en op elk moment, tussen hemel en hel. Dit is de basis van onze vrijheid. We zullen naar één of andere zijde overhellen, maar we zijn vrij. En natuurlijk, er is een gevecht tussen de twee – of dat zou er moeten zijn. Als de kwade invloed duidelijk de overhand krijgt, is het noodzaak, om berouw te hebben. Hebben we onlangs bij voorbeeld iets gedacht, gezegd of gedaan wat ons nu berouwt? En als het ons spijt, waarom? Is er een vast patroon voor wat we dachten, zeiden of deden?
Dit vermogen om op onszelf neer te zien en waar te nemen wat daaronder gaande is, danken we aan het feit, dat we een innerlijk en een uiterlijk persoon zijn. Ofwel, anders gezegd, we hebben een innerlijke en een uitwendige geest of gemoed. Als we nu opeens zouden doodgaan en in de andere wereld wakker werden, zouden we nog steeds deze twee vlakken hebben. Er zou ons innerlijk karakter zijn, al onze meest innerlijke gedachten en bedoelingen. En om mee te beginnen, zou er de wijze zijn, waarop ons uitwendig karakter aan andere mensen verschijnt. Toch zal vroeg of laat ons geestelijk lichaam ons ware karakter onthullen.
In de geestelijke wereld, die zelfs echter en levendiger is dan deze, hebben goede mensen niets te verbergen en zijn ze zoals ze lijken te zijn. Zij zullen engel-mannen en –vrouwen worden. De kwaden proberen hun slechte bedoelingen te verhullen, mar zullen uiteindelijk ontmaskerd worden. Zij zullen duivels worden, brandend van de liefde tot het kwade. Dat is wat hellevuur in feite is. In beide gevallen zal het uitwendig gedrag overeenkomen met de innerlijke aard.
In deze wereld is het bijna hetzelfde. Het enige verschil is dat hier onze geest - de ware persoon van binnen – omkleed is met een fysiek lichaam. Dit is zo opdat we uit ervaringen van de wereld rondom ons kunnen leren en nu vrije burgers kunnen zijn. Door van ons dagelijks leven als basis gebruik te maken, bouwt de Heer ons geestelijk karakter op. Maar Hij doet dit alleen door middel van onze vrije keuzes – vooral in onze relaties met andere mensen. Daarom houdt Hij ons in contact met diegenen van eender karakter in de andere wereld.Op deze wijze kan Hij ons in vrijheid houden en ons toestaan, voor onszelf te denken.
Het klinkt ongelooflijk, maar het is waar!
Ieder enkel ding dat we denken, spreken en doen, wordt van binnenuit geïnspireerd. En toch ervaren we alsof al onze persoonlijke gedachten en bedoelingen van onszelf zijn. Zo hoort het ook. Als de Heer ons niet had uitgerust met dit gevoel, ons eigen leven te bezitten, zouden we zelfs geen besef of bewustzijn hebben. Het is in feite zo, dat we verantwoordelijk kunnen zijn voor de wijze waarop we leven en we kunnen veranderen als we dat willen. We kunnen van geestelijk gezelschap veranderen. We kunnen berouw hebben! Vandaar de verklaring in Divina Providentia (Goddelijke Voorzienigheid ) dat zonder deze schijn van eigen-leven er geen berouw kan zijn (DP116). Eigenlijk zouden we kunnen stellen dat de noodzaak voor regelmatig berouw een zaak van leven en dood is, dat wil zeggen een keuze tussen geestelijk leven en geluk of geestelijke dood en ellende.
Doelend op rampen, waaraan mensen niet zijn ontkomen, zei Jezus “tenzij u berouw hebt, zult u allen evenzo omkomen” (Luc.13:3,5) En nog eens lezen we over toen Jezus naar Galilea kwam, het evangelie predikend van het Koninkrijk Gods. Hij zei: “de tijd is vervuld en het Koninkrijk Gods is nabijgekomen. Bekeert u en gelooft het evangelie” (Marcus 1:14). Wij geloven in het evangelie van het koninkrijk wanneer we de Heer erkennen als de Koning van de hemel en Zijn geboden opvolgen, want het gehoorzamen hiervan leidt naar de hemel. Dus het goede nieuws is, dat de vreugdes van de hemel diegenen te wachten staan, die berouw hebben van hun misdragingen en een nieuw leven beginnen.
We weten nog toen Hij verscheen aan de discipelen na Zijn opstanding en de Heer zei: “Zo is het geschreven en zo was het nodig voor de Christus om te lijden en de derde dag op te staan uit de doden, en dat berouw en vergeving van zonden gepredikt zou worden in Zijn naam, tot alle volkeren (Luc.24:46,47).
Zoals in de gelijkenis, was het de onboetvaardige, die zou ontkennen, dat Hij uit de doden is opgestaan – noch zullen zij worden overtuigd wanneer één uit de doden weer opgestaan was (Luc.19:31). Voor ons, betekent berouw “in Zijn naam” spijt hebben over de specifieke dingen die we kunnen uitzoeken, waarvan we weten dat ze tegen de geboden van de Heer zijn. Het is Zijn vergeving die we zoeken.
Zoals we lezen in Divina Providentia” : “opdat ieder die boete wil doen, tot de Heer alleen moet schouwen, is het Heilig Avondmaal door Hem ingesteld, wat de verwijdering der zonden bevestigt bij hen die berouw hebben. Dit gebeurt zo omdat in dat Avondmaal of Communie ieders aandacht wordt gevestigd op de Heer alleen (DP122).
En dit is waarom ons van God-gegeven vermogen om onszelf te beschouwen zo belangrijk is. We behoren onszelf te onderzoeken, de dingen te zien en te erkennen, die we gedaan hebben tegen de wet van de Heer, en dan ophouden ze te doen. Op een andere wijze is er geen redding (DP114:3). Deze vereiste is niet een gebrek aan genade vanwege de Heer, maar het is genade zelf! “Van het kwade weg-geleid worden zo lezen we, “wedergeboren en dus gered worden is geheel een daad van Genade. Deze Genade vindt echter niet, zoals geloofd wordt, door directe ingreep plaats, maar indirect, bij hen die het kwade loslaten en zo het ware van geloof en het goede van liefde van de Heer in hun leven toelaten (AC 10659:4). Het is als het openen van de deur.
We kunnen vaststellen, dat de ogenschijnlijk harde boodschap in de gelijkenis van de rijke man en Lazarus in werkelijkheid optimistisch is. Want juist die woorden
omvatten de voortdurende liefde en genade van de Heer. Het is dezelfde oneindige liefde die achter Zijn oproep tot inkeer ligt. In het kwade zijn en in de hel zijn, komen weliswaar op hetzelfde neer. Maar de Heer is voortdurend bezig om ons uit de hel naar de hemel te brengen. En met grote kracht. De weg is open, tenzij wij zelf de deur gesloten houden.
“…Want de kwade dingen zijn in de uitwendige mens lezen we, “en de begeerten tot het kwade zijn in de innerlijke mens, en deze zijn verenigd als de wortels en de stam van een boom. Daarom, tenzij de kwade dingen verwijderd worden, is er geen uitweg voor de begeerten open, want de kwade dingen vormen een blokkade en sluiten de deur, die niet door de Heer geopend kan worden, tenzij door de medewerking van de mens, zoals hierboven aangetoond werd. Wanneer de mens, als uit zichzelf, de deur opent, roeit de Heer de begeerten en de kwaadheden tegelijk uit. (DP119).
Dit kan, als we willen, gedurende ons gehele leven doorgaan. Tenslotte kunnen we de onweerstaanbare kracht van de Heer inroepen. Zelfs op oudere leeftijd, zeggen de Geschriften, wordt de geest van een mens vervolmaakt, zelfs als de lichaamskrachten afnemen. In feite, beseft onze geest zelf niet wat oudere leeftijd is (AC4676).
Laten we deze gedachte meenemen: We werden geschapen voor het eeuwige leven en we hebben het middel dit te bereiken. Maar het gebeurt niet vanzelf. Zoals gezegd in Ware Christelijke Godsdienst, het zou dwaas zijn als een arbeider die water, zeep en handdoek heeft, zijn werkgever aan het eind van de dag vraagt hem te wassen. Evenzo zegt de Heer tot ons: “Ik heb de middelen voor het reinigen verstrekt, en Ik heb u de kracht om te willen en te handelen gegeven.. Dus, gebruik de gaven en de talenten die Ik u gegeven heb, en u zult gereinigd worden (WCG436). U zult gereinigd worden!
Zoals we lezen in Jesajah – een der profeten waar de vijf broers naar hadden kunnen luisteren : “Wast u, reinigt u, doet uw boze daden uit Mijn ogen weg,; houdt op, kwaad te doen, leert goed te doen….(Jesajah 1:16,17)
 

O Heer, help ons te zien dat Uw woorden vol liefde en genade zijn – dat U met almachtige kracht met ons werkt, naarmate wij ons afkeren van de kwade bedoelingen en slechte gedachten , die ons leven binnengekropen zijn. O Heer,laat ons de zegen vinden, die komt uit het vertrouwen in U en het hopen op U. (Gebaseerd op Jeremia 17:7).

 

Amen.