WAT STAAT BOZE GEESTEN IN DE WEG DE MENSEN GEHEEL TE BEZITTEN ?

 

De invloed van boze geesten

wordt door de Heer in evenwicht gehouden

met die van de goede geesten,

waardoor bij de mens vrijheid van keuze wordt bewaard.

 

Hemel en Hel 275:

Er zijn ook geesten, natuurlijke en lichamelijke geesten genoemd, die, wanneer zij tot de mens komen, zich niet verbinden met zijn gedachten zoals andere geesten, maar in zijn lichaam dringen, al zijn zintuigen in bezit nemen, door zijn mond spreken en door zijn ledematen handelen, daarbij dan niet beter wetend dan dat alles bij de mens van hen is. Dit zijn de geesten van de bezetenen; maar zij worden door de Heer in de hel geworpen en zo geheel verdreven, waardoor zulke bezetenheid heden ten dage niet meer voorkomt.

 

Hemel en Hel 599:

Opdat de mens in vrijheid kan zijn om hervormd te worden, wordt hij naar zijn geest met de hemel en de hel verbonden; want bij elk mens zijn geesten uit de hel en engelen uit de hemel. Door geesten uit de hel is de mens in zijn eigen kwaad en door de engelen uit de hemel in het goede, van de Heer afkomstig; zo is hij in geestelijk evenwicht, dus in vrijheid.

 

Hemelse Verborgenheden 5990 (gedeeltelijk):

Er zijn heden ten dage zeer vele geesten die niet alleen in het denken en de aandoeningen van de mens willen invloeien, maar ook in de spraak en de handelingen, dus eveneens in zijn lichamelijke dingen, terwijl toch de lichamelijke dingen zijn vrijgesteld van de bijzondere invloed van geesten en engelen, en door de algemene invloed worden geregeerd; dat wil zeggen: wanneer de gedachte dingen zich in de spraak en de dingen van de wil zich in de handelingen voortzetten, zo is die beslissing en de overgang tot het lichaam volgens de orde, en wordt niet door geesten in het bijzonder geregeerd; want invloeien in de lichamelijke dingen van de mens, is bezetenheid over hem brengen. De geesten die dit willen en daarnaar streven, zijn diegenen die in het leven van het lichaam echtbrekers waren geweest, dat wil zeggen, die iets een verkwikking hadden gevoeld in echtbreuken, en zich hadden overreed dat die geoorloofd waren; voorts eveneens zij die wreed waren geweest; de oorzaak is deze dat deze individuen meer dan de overigen lichamelijk en zinlijk zijn, en al het denken over de hemel van zich hebben geworpen door alle dingen aan de natuur en niets aan het Goddelijke toe te kennen; zo hebben zij voor zich de innerlijke dingen gesloten en de uitwendige dingen geopend; en omdat zij in de wereld alleen in de liefde tot deze dingen waren geweest, zijn zij daarom in het andere leven in het verlangen om in die dingen terug te keren door de mens, door van hem bezit te nemen; maar er wordt uit de Heer in voorzien dat zulke figuren niet in de wereld van de geesten komen; zij worden goed opgesloten in hun hellen gehouden; vandaar zijn er heden ten dage geen uitwendige bezetenheden.

 

 

bron: Emanuel Swedenborg