LAAT DE HEER IEMAND GEBOREN WORDEN VAN WIE HIJ WEET, DAT DIE NAAR DE HEL ZAL GAAN?

Het bestaan van de hel in iemand is niet door God vooruit bepaald,
maar het wordt alleen door het leven van de mens bepaald.
God weet uit het eeuwige elke mogelijkheid voor de hel in de mens
en voorziet van de geboorte aan door evenwicht

in elke mogelijkheid voor de hemel.

 

Ware Christelijke Religie 664 (gedeelten):

......maar toch weet ik, dat er geen uitverkiezing plaats vindt vóór de geboorte, noch na de geboorte, maar dat allen tot de hemel uitverkoren en voorbeschikt zijn, aangezien allen geroepen zijn; en dat de Heer na de dood diegenen kiest, die goed geleefd en juist geloofd hebben, nadat zij hierop onderzocht zijn. Dat dit zo is, werd mij door veel ondervinding te weten gegeven;.

.....Wie weet niet, dat er niet enig mens geboren wordt, die niet tot de hemel geroepen is, en dat uit hen na de dood diegenen gekozen worden, die in de Heer geloofd hebben, en geleefd naar Zijn geboden; en dat een andere uitverkiezing te erkennen gelijk zou staan met de Heer niet alleen van onmacht om te behouden toe te schrijven maar ook van ongerechtigheid te beschuldigen.

Hemelse Verborgenheden 6214 (gedeeltelijk):

....en dat de Heer niet alleen weet hoedanig de ganse mens is, maar ook hoedanig hij zal zijn tot in het eeuwige.

Hemel en Hel 593-594 (gedeeltelijk):

Het evenwicht tussen de hemelen en de hel wordt groter of kleiner naar gelang van het aantal van degenen die de hemel of de hel binnengaan, wat dagelijks verscheidene duizenden bedraagt. Maar dit te weten en te bemerken, volgens het evenwicht te matigen en gelijk te maken, kan geen engel, maar alleen de Heer, want het Goddelijke, voortkomende van de Heer, is alomtegenwoordig en ziet overal, of er enige schommeling is, terwijl een engel slechts ziet, wat dicht bij hem is en zelfs niet in zichzelf bemerkt, wat in zijn eigen gezelschap plaats vindt.

594. Hoe alles in de hemelen en hellen beschikt is, dat allen en ieder van degenen, die daar zijn, in evenwicht verkeren, kan enigszins opgemaakt worden uit wat boven, in artikel 593, over de hemelen en hellen gezegd en aangetoond is, namelijk, dat alle gezelschappen van de hemel volkomen naar orde onderscheiden zijn volgens de goede dingen, hun soorten en verscheidenheden, en alle gezelschappen van de hel volgens hun kwaadheden en verscheidenheden daarvan.

Goddelijke Voorzienigheid 333 (gedeeltelijk):

Gezegd wordt dat de werking van de Goddelijke Voorzienigheid om de mens te behouden, inzet met zijn geboorte, en voortduurt tot aan het einde van zijn leven; opdat dit begrepen kan worden, moet men weten dat de Heer ziet hoedanig de mens is, en vooruitziet hoedanig hij wil zijn, en zo dus hoedanig hij zal zijn; en het vrije van zijn wil kan niet worden weggenomen, opdat hij een mens is en vandaar onsterfelijk, zoals eerder met veel dingen is getoond; en daarom voorziet de Heer zijn staat na de dood, en voorziet Hij daarin van zijn geboorte af tot aan het einde van zijn leven; bij de bozen voorziet Hij daarin door het boze toe te laten en aanhoudend daarvan weg te leiden; bij de goeden echter voorziet Hij daarin door te leiden tot het goede; aldus is de Goddelijke Voorzienigheid aanhoudend in de werking om de mens te zaligen.

 

bron: Emanuel Swedenborg