Zij die als kind sterven missen het uiterste natuurlijke vlak van het gemoed;
daarom zou, indien allen als kind zouden sterven, dit fundament aan de hemel ontbreken.
Slechts eenderde van de hemelen bestaat uit hen, die in hun kinderjaren zijn gestorven. 
Hemel en Hel 345:
Ook het verschil tussen degenen, die als kinderen en die als volwassenen sterven, zal worden uitgelegd. Zij, die als volwassenen sterven, hebben een basis aangenomen van de stoffelijke, aardse wereld, en dragen die met zich mee; en deze basis is hun geheugen en hun natuurlijk-lichamelijke genegenheid. Dit blijft na de dood ongewijzigd in rust; maar toch dient het als uiterste basis voor hun gedachten na de dood, want de gedachte vloeit er in. Daardoor komt het, dat de hoedanigheid van de mens na de dood, dezelfde is als de hoedanigheid van die basis, en evenals de overeenstemming van het verstandsgebied met de dingen, die daarin zijn. Maar kinderen, die in de kinderlijke leeftijd sterven en in de hemel worden opgevoed, bezitten zo’n grondslag niet, maar een die geestelijk-natuurlijk is, daar zij niets van de stoffelijke wereld en het aardse lichaam meenemen; daarom kunnen zij zulke grove genegenheden en de gedachten, die daaruit volgen, niet hebben, want zij nemen alles van de hemel. Daarbij weten de kinderen niet, dat zij op aarde geboren werden en daarom veronderstellen zij, dat zij in de hemel werden geboren. Bijgevolg kennen zij geen andere geboorte dan de geestelijke, die geschiedt door de kennis van goedheid en waarheid en door verstand en wijsheid, waardoor de mens mens is; en daar die beginselen van de Heer zijn, geloven zij en geloven zij met liefde, dat zij de Heer zelf toebehoren. Maar toch kan de staat van de mensen, die op aarde opgroeien, even volmaakt worden als de staat van de kinderen, die in de hemel opgroeien, indien zij lichamelijke en aardse liefde verwijderen, die de eigenliefde en wereldliefde zijn en in plaats daarvan geestelijke liefde opnemen.
 
Hemelse Verborgenheden 3679 (gedeeltelijk):
Maar de geesten en engelen denken op een andere wijze dan de mens; hun denken vindt weliswaar ook hun begrenzing in het natuurlijke, want zij dragen al het natuurlijk geheugen en de aandoening ervan met zich mee, maar het is hun niet veroorloofd, dit geheugen te gebruiken; maar ofschoon het hun niet vergund is te gebruiken, dient het hun toch tot bodem of als een fundament, opdat de voorstelling van hun denken innerlijker zijn, en hun spraak niet bestaat uit vormen van woorden, zoals bij de mens, maar door vormen van dingen.
 
Hemelse Verborgenheden 4588 (gedeeltelijk):
Het is met de dingen die van de geestelijke geboorte zijn, als volgt gesteld, dat de opneming in elk geval in het natuurlijke zal zijn; hetgeen de oorzaak is dat wanneer de mens wordt wederverwekt, eerst het natuurlijke wordt voorbereid om op te nemen, en voorzoveel als dit ontvankelijk is geworden, voor zoveel kunnen de innerlijke ware en goede dingen uitkomen en vermenigvuldigd worden; dit is ook de oorzaak dat indien de natuurlijke mens niet is voorbereid om de ware en de goede dingen van het geloof in het leven van het lichaam op te nemen, hij ze in het andere leven niet kan opnemen, en dus niet kan worden gezaligd; dit is het wat onder dit algemene gezegde wordt verstaan: "Zoals de boom valt, blijft hij liggen"' of "zoals de mens sterft, zo wordt hij"; de mens heeft immers in het andere leven geheel het natuurlijk geheugen of geheel het geheugen van de uitwendige mens met zich, maar het is hem daar niet geoorloofd het te gebruiken, en daarom is het daar zoals een fundamenteel vlak waarin de innerlijke ware en goede dingen vallen.
 
Het Nieuwe Jeruzalem en haar hemelse Leer 3:
Omdat deze hemel is geformeerd uit allen die zodanig zijn geweest, van de tijd van de Heer af tot de tegenwoordige tijd, staat vast dat die het is zowel uit de Christenen als uit de Natiën; maar voor het grootste deel uit de kindertjes van allen in het algehele wereldrond die overleden zijn van de tijd van de Heer aan, want al dezen zijn opgenomen door de Heer, en opgevoed in de hemel, en onderricht door de engelen, en daarna in bewaring gehouden, opdat zij de nieuwe hemel tezamen met de overigen zouden samenstellen; daaruit kan men opmaken, hoe groot die hemel is;
 
Hemel en Hel 4:
Alle kinderen, die het derde deel van de hemel uitmaken, worden ingeleid in de erkenning en het geloof, dat de Heer hun Vader is, en later, dat Hij de Heer van alles is, dus de Heer van de hemel en van de aarde.

 

 

bron: Emanuel Swedenborg