WAAROM ZIEN WIJ DE GEESTELIJKE WERELD NIET?
 
Omdat de lichamelijke zintuigen
alleen het natuurlijke kunnen waarnemen.
 
Goddelijke Liefde 181 (gedeeltelijk):
In de hemelen is het als volgt: de vorm of hoedanigheid van liefde en hoeveel liefde de engelen hebben, zodanige warmte en zoveel warmte hebben die; eender het licht ten aanzien van de wijsheid. De oorzaak is omdat de liefde in de warmte is, en de wijsheid in het licht daarbij, zoals eerder is getoond. Eender is het op aarde bij de mensen, met dit verschil evenwel, dat de engelen die warmte gewaarworden, en dat licht zien, niet echter de mensen; vanuit de oorzaak omdat de mensen in de natuurlijke warmte en het natuurlijk licht zijn, en zolang worden zij de geestelijke warmte niet gewaar, tenzij dan door iets verkwikkelijks van de liefde, en zien zij niet het geestelijk licht, tenzij dan door een doorvatting van het ware.
Hemel en Hel 171:
Het is onmogelijk met enkele woorden te beschrijven, wat de dingen zijn, die aan de engelen in de hemel verschijnen; zij lijken grotendeels op de dingen van de aarde, maar zijn volmaakter wat hun vorm betreft en groter in aantal. Dat zulke dingen in de hemel zijn, kan blijken uit wat de profeten zagen; uit wat Johannes zag van het eerste tot het laatste hoofdstuk van de Openbaringen; en die welke door anderen gezien werden, waarover zowel in de geschiedkundige als in de profetische boeken van het Woord gesproken wordt. Zulke dingen verschenen hun, wanneer de hemel voor hen ontsloten werd, en de hemel heet geopend, wanneer het innerlijk gezicht, dat het gezicht van de geest van de mens is, geopend wordt. Want de dingen in de hemel kunnen niet met de ogen van het lichaam van de mens worden gezien, maar alleen met de ogen van zijn geest, en zodra het de Heer goeddunkt, worden die geopend, en dan wordt de mens onttrokken aan het natuurlijke licht, waarin hij met de zinnen van zijn lichaam is en verheven in het geestelijk licht, waarin hij door zijn geest is.
Hemelse Verborgenheden 9577 (gedeeltelijk):
"Dat gij alles maakt naar het model dat u daarvan op de berg getoond is" (Exodus 25:40); dat dit betekent, die met de ogen van de geest zijn gezien in de hemel, staat vast uit de betekenis van zien, wanneer over de uitbeeldende dingen in de hemel wordt gehandeld, dus zien met de ogen van de geest, daarover moet men weten, dat de engelgeesten, die in de laatste of eerste hemel zijn, aanhoudend vormen zien van dingen die eender zijn aan zulke dingen die in de wereld zijn, zoals: paradijzen, de bomen daar met de vruchten, de bloemen, en de planten, voorts huizen, paleizen, alsmede dieren van verscheidene soorten, behalve ontelbare andere dingen, die in de wereld niet worden gezien. Al die dingen zijn uitbeeldend voor de hemelse dingen die in de hogere hemelen zijn; deze vertonen zich daar in vorm, en zo dus voor de ogen van de geesten beneden, opdat de engelgeest daaruit kan weten en doorvatten de afzonderlijke dingen die in de hogere hemelen bestaan; want alle dingen zelfs de meest afzonderlijke dingen beelden uit en duiden aan. Daaruit kan vaststaan, wat er wordt verstaan onder het uitbeeldende van de hemel en van de hemelse dingen, die worden aangeduid met: de Ark, de Cherubim, het Habitakel, de Tafels daar en de Kandelaar. Zulke dingen kunnen niet worden gezien met de ogen van de mens, zolang hij in de wereld is, want die zijn geformeerd om de aardse en de lichamelijke, dus de stoffelijke dingen te vatten; deze zijn zo grof, dat zij zelfs niet met het gezicht de innerlijke dingen van de natuur kunnen vatten, zoals voldoende kan vaststaan uit de optische vergrootglazen, waarmee zij moeten worden gewapend om die dingen te zien die de innerlijke dingen van de natuur het dichtst nabij zijn.

 

bron: Emanuel Swedenborg