ALS JEZUS JEHOVAH GOD ZELF WAS,
WAAROM BAD HIJ TOT DE VADER?
 
Omdat Hij tijdens perioden van verzoeking in Zijn menselijke staat was en Zich als mens voor het schijnbaar afwezige Goddelijke vernederde.
Na alle verzoekingen echter werd Zijn Menselijke volledig Eén met het Goddelijke en daarin opgenomen.
Hij zei immers: "Van nu aan, kent gij de Vader en hebt Hem gezien .. Hij die Mij gezien heeft, die heeft de Vader gezien" (Joh. 14:7, 9)
 
Ware Christelijke Religie 89 (gedeeltelijk):
...Dit is geschiedt, aangezien de Goddelijke Orde wil, dat de mens zichzelf zal voorbereiden tot de opneming van God; en zoals hij zich voorbereidt, zo treedt God in hem als in Zijn woonplaats en huis binnen; en deze voorbereiding geschiedt door de erkentenissen over God en ten aanzien van de geestelijke dingen, die tot de Kerk behoren, en zo dus door middel van het inzicht en de wijsheid. Want het is een wet van de orde, dat voor zoveel als de mens tot God nadert, wat hij geheel als uit zichzelf moet doen, voor evenzoveel de Heer tot de mens gaat en Hem nadert, en Zich in diens innerlijk met hem verbindt. Dat de Heer overeenkomstig deze orde is voortgeschreden tot aan de vereniging met Zijn Vader, zal in hetgeen volgt nader worden aangetoond.
Ware Christelijke Religie 90 (gedeeltelijk)
Zij, die niet weten, dat de Goddelijke Almacht volgens de orde voortgaat en werkt, kunnen met hun fantasie tal van dingen uitbroeden, die tegen de gezonde rede indruisen en daarmee in tegenspraak zijn; zo bijvoorbeeld waarom God het Menselijke niet onmiddellijk zonder een dergelijke ontwikkelingsgang aannam; waarom Hij Zich niet vanuit de elementen van de vier wereldstreken een lichaam schiep of samenstelde, en Zich zo als God-Mens voor het Joodse volk, ja zelfs voor de gehele wereld zichtbaar vertoonde, of, wanneer Hij geboren wilde worden, waarom Hij dan niet in het embryo zelf of in Zichzelf als klein kind al Zijn Goddelijke ingoot; of waarom Hij na gebaard te zijn Zich niet terstond verhief in de gestalte van een volwassene en vanuit de Goddelijke Wijsheid sprak.
Ware Christelijke Religie 105 (gedeeltelijk):
Dat deze twee staten, die van de exinanitie en die van de verheerlijking, tot de Heer behoorden, komt omdat geen andere voortschrijding tot vereniging bestaanbaar is, aangezien die overeenkomstig de Goddelijke Orde is, die onveranderlijk is. Het behoort tot de Goddelijke Orde, dat de mens zich geschikt maakt tot de aanneming van God, en zich voorbereidt om het ontvangende vat en de woonplaats te zijn, waarin God kan binnentreden en als in Zijn Tempel wonen kan. Dit moet de mens uit zichzelf doen, maar niettemin erkennen, dat het uit God is. Dit moet hij erkennen aangezien hij de tegenwoordigheid en de werking van God niet voelt, hoewel God in aller onmiddellijkste tegenwoordigheid al het goede van de liefde en al het ware van het geloof bij de mens werkt. Overeenkomstig deze orde gaat elk mens voort en moet hij voortgaan, opdat hij uit natuurlijk geestelijk zal worden; desgelijks deed de Heer, om Zijn natuurlijk menselijke Goddelijk te maken. Dit is de reden, waarom de Heer tot de Vader bad, waarom Hij de wil van de Vader deed, en waarom Hij alle dingen, die Hij werkte en sprak, aan Hem toeschreef.

Canons, De Verlosser, hoofdstuk 2.

  1. Jehovah God nam het menselijke aan, opdat Hij in de volheid der tijden Verlosser en Zaligmaker worden zou.
  2. Hij werd Verlosser en Zaligmaker door de Gerechtigheid, welke Hij toen ten aanzien van het Menselijke aantrok.
  3. Hij kon niet Gerechtigheid en aldus de Verlosser en de Zaligmaker zijn geworden ten aanzien van het Menselijke, tenzij door het Goddelijk Ware, aangezien door het Goddelijk Ware in den beginne alle dingen zijn gemaakt, die gemaakt zijn.
  4. Het Goddelijk Ware kon tegen de hellen strijden, en het kon verzocht, gelasterd, verworpen worden, en lijden.
  5. Echter niet het Goddelijk Goede, noch God, tenzij in het Menselijke, overeenkomstig de Goddelijke Orde ontvangen en geboren.
  6. Daarom daalde Jehovah God neder ten aanzien van het Goddelijk Ware, en nam Hij het Menselijke aan.
  7. Dit is overeenkomstig de Heilige Schrift, en overeenkomstig de daar en van daaruit verlichte rede.

Canons, De Verlosser hoofdstuk 8.

  1. Jehovah God had uit het eeuwige zulk een Menselijke als de Engelen in de Hemelen hebben, maar van een oneindig wezen, dus Goddelijk; en Hij had niet zo’n menselijke, als de mensen op aarde hebben.
  2. Jehovah God nam zo’n menselijke aan, als de mensen op aarde hebben, overeenkomstig Zijn Goddelijke Orde, welke daarin bestaat, dat het ontvangen, geboren zou worden, opgroeien en geleidelijk vervuld worden met Goddelijke Wijsheid en Goddelijke Liefde.
  3. Zo verenigde Hij dit Menselijke met Zijn Goddelijke uit het eeuwige, en zo ging Hij uit vanuit de Vader en keerde tot de Vader weer.
  4. Jehovah God oefende in dit Menselijke en hierdoor de Gerechtigheid uit en maakte Zichzelf Verlosser en Heiland.
  5. Door de vereniging daarvan met Zijn Goddelijke maakte Hij Zichzelf Verlosser en Heiland tot in het eeuwige.
  6. Jehovah God verhoogde door deze vereniging van het Menselijke met Zijn Goddelijke Zijn Almacht, hetgeen verstaan wordt onder "zitten aan de rechterhand Gods".
  7. Jehovah God is in dit Menselijke boven de Hemelen, en verlicht het heelal met het schijnsel van de wijsheid, en inspireert in het heelal de kracht van de liefde.
  8. Deze twee ontvangen diegenen om niet, die tot Hem als Mens gaan, en volgens Zijn geboden leven. /Jehovah God is alleen bij de engelen in de volheid van Mens.

 

bron: Emanuel Swedenborg