WAT IS HET WOORD?
 
Het Goddelijk Ware Zelf, waardoor alle dingen zijn gemaakt,
waarin de Goddelijke Wijsheid en het Goddelijk Leven is,
dus de Heer Zelf.
Ware Christelijke Religie 191:
De natuurlijke mens kan niet overtuigd worden, dat het Woord het Goddelijk Ware Zelf is, waarin de Goddelijke Wijsheid en het Goddelijk Leven is, want hij beschouwt het naar de stijl, en hierin ziet hij deze dingen niet. Maar de stijl van het Woord is de Goddelijke stijl zelf, waarmee geen andere stijl, hoe verheven en voortreffelijk deze ook verschijnt, vergeleken kan worden. De stijl van het Woord is van dien aard, dat het heilig is in elke zin en in elk woord, ja zelfs in sommige plaatsen in de letters zelf. Vandaar verbindt het Woord de mens met de Heer en opent de hemel. Er zijn twee dingen, die uit de Heer voortgaan, de Goddelijke Liefde en de Goddelijke Wijsheid, of, wat hetzelfde is, het Goddelijk Goede en het Goddelijk Ware. Het Woord is in zijn wezen deze beide. En aangezien het, zoals gezegd werd, de mens met de Heer verbindt, en de Hemel opent, vult het Woord de mens met de goedheden van de liefde en met de waarheden van de wijsheid; zijn wil met de goedheden van de liefde en zijn verstand met de waarheden van de wijsheid; vandaar heeft de mens het leven door het Woord. Doch men moet goed weten, dat alleen diegenen uit het Woord het leven hebben, die het lezen met het doel, om daaruit Goddelijke waarheden als uit haar bron te putten, en tevens met het doel, om de daaruit geputte waarheden op het leven toe te passen; en dat het tegendeel geschiedt bij hen, die het Woord alleen lezen met het doel, om eerbewijzen te oogsten en de wereld te winnen.
"Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is” (Johannes 1: 3).
 
WAAR KOMT HET WOORD VANDAAN?
 
Het komt van de Heer
door de hemelen
neer tot de mensen op aarde.
 
Hemelse Verborgenheden 4279 (gedeeltelijk):
Omdat het Woord vanuit de Heer is, en het uit Hem door de hemel tot de mens neerdaalt, is het derhalve zodanig dat het ten aanzien van de afzonderlijke dingen Goddelijk is, en zoals het uit de Heer was neergedaald, evenzo opklimt, dat wil zeggen, tot Hem wordt opgeheven, en dit door de hemelen. Dat er drie hemelen zijn, is bekend, en dat de binnenste hemel de derde hemel wordt genoemd, en dat de middelste hemel de tweede hemel wordt genoemd, en dat de laagste de eerste hemel heet; en daarom is het Woord wanneer het opklimt gelijk als het nederdaalt, in de Heer Goddelijk; in de derde hemel is het hemels, want die hemel is de hemelse hemel, in de tweede hemel is het geestelijk, want die hemel is de geestelijke hemel, in de eerste hemel echter is het hemels en geestelijk natuurlijk, en diezelfde hemel wordt ook zo genoemd. In de Kerk echter bij de mens is het Woord ten aanzien van de zin van de letter natuurlijk, dat wil zeggen, wereldlijk en aards; daaruit blijkt hoedanig het Woord is, en hoe het met het Woord gesteld is, wanneer het wordt gelezen door de mens die in het heilige is, dat wil zeggen, in het goede en ware is, want dan verschijnt het bij hem als iets werelds, of als iets historisch, waarin evenwel het heilige is; doch in de eerste Hemel verschijnt het als hemels en geestelijk natuurlijk, waarin evenwel het Goddelijke is; in de tweede Hemel echter is het geestelijk; in de derde Hemel is het hemels, en in de Heer is het Goddelijk. De zin van het Woord gedraagt zich overeenkomstig de hemelen; de hoogste zin van het Woord, waarin over de Heer gehandeld wordt, is voor de binnenste of derde Hemel; de inwendige zin, waarin over het rijk van de Heer wordt gehandeld, is voor de middelste of tweede hemel; de lagere zin van het Woord echter, waarin de inwendige zin wordt bepaald tot die natie welke daar genoemd wordt, is voor de laagste of eerste hemel. Maar de laagste of de letterlijke zin is voor de mens terwijl hij nog in de wereld leeft, die nochtans van die aard is dat de meer inwendige zin aan hem kan worden vergemeenschapt, voorts ook de innerlijke en de hoogste zin, want de mens heeft gemeenschap met de drie Hemelen, want de mens werd tot het beeld van de drie hemelen geschapen, en wel dermate dat hij, als hij in de liefde tot de Heer en in de naastenliefde jegens de naaste leeft, een hemel in zeer kleine vorm is; vandaar komt het dat binnen die mens het rijk van de Heer is, zoals de Heer Zelf leert bij Lukas: ‘ het koninkrijk Gods is binnen ulieden", (Lukas 17:21). Dit is gezegd, opdat men zal weten dat in het Woord niet alleen de hoogste zin en de innerlijke zin is, maar ook een lagere zin, en dat hierin, namelijk in de lagere zin, de inwendige zin wordt bepaald tot die natie welke daar genoemd wordt.
Leer over de Gewijde Schrift 6:
Uit de Heer gaat voort: het hemelse, het geestelijke en het natuurlijke, het ene na het andere; het hemelse wordt geheten dat het voortgaat vanuit zijn Goddelijke liefde, en het is het Goddelijk goede; het geestelijke wordt geheten dat wat voortgaat vanuit zijn Goddelijke wijsheid, en het is het Goddelijk ware; het natuurlijke is vanuit het ene en het andere; het is het complex ervan in het laatste. De engelen van het hemelse rijk van de Heer, vanuit wie de derde of hoogste hemel is, zijn in het Goddelijke dat voortgaat uit de Heer, wat het hemelse wordt genoemd; want zij zijn in het goede van de liefde uit de Heer; de engelen van het geestelijk rijk van de Heer, vanuit wie de tweede of middelste hemel is, zijn in het Goddelijke dat voortgaat uit de Heer, hetwelk het geestelijke wordt genoemd; zij zijn immers in de ware dingen van de wijsheid uit de Heer. De mensen echter van de Kerk in de wereld, zijn in het Goddelijk natuurlijke, dat ook voortgaat uit de Heer. Vanuit deze dingen volgt, dat het Goddelijke voortgaande uit de Heer tot zijn laatsten, neerdaalt door drie graden, en genoemd wordt hemels, geestelijk en natuurlijk. Het Goddelijke dat uit de Heer tot de mensen neerdaalt, daalt door die drie graden neer, en wanneer het is neergedaald, bevat het die drie graden in zich: al het Goddelijke is zodanig: daarom is het, wanneer het in zijn laatste graad is, in zijn volheid; zodanig is het Woord. Dit is in zijn laatste zin natuurlijk, in zijn innerlijke zin is het geestelijk, in zijn binnenste zin hemels, en het is Goddelijk in elke zin. Dat het Woord zodanig is, verschijnt niet in de zin van de letter ervan, die natuurlijk is; de oorzaak hiervan is dat de mens van de wereld voordien niets had geweten ten aanzien van de hemelen, en vandaar niet wat het geestelijke, en wat het hemelse, aldus ook niet het onderscheid tussen deze en tussen het natuurlijke.

 

bron: Emanuel Swedenborg