HOE KUNNEN ZIJ DIE BUITEN DE KERK ZIJN ZALIG WORDEN ?

 
Allen die God onder de Menselijke Vorm aanbidden
en een leven van naastenliefde leiden
overeenkomstig hun godsdienstige voorschriften,
worden door de Heer aangenomen en onderricht.
 
Hemel en Hel 319 (gedeeltelijk):
Dat heidenen evengoed als Christenen zalig worden, kunnen zij verstaan, die weten wat bij de mens de hemel maakt; want de hemel is in de mens en zij, die de hemel in zich hebben komen in de hemel. De hemel in de mens is het erkennen van het Goddelijke en zich door het Goddelijke te laten leiden. Het eerste en voornaamste van alle godsdienst is de erkenning van het Goddelijke. Een godsdienst zonder die erkenning is geen godsdienst en de voorschriften van elke godsdienst hebben betrekking op aanbidding; zij leren dus op welke wijze het Goddelijke moet worden aangebeden, opdat de aanbidding Hem welgevallig zij; en wanneer dit in zijn geest bevestigd wordt, dus naar de mate, dat hij het wil, of naarmate hij het liefheeft, wordt hij door de Heer geleid.
Hemel en Hel 321.
Mij werd op vele manieren geleerd, dat de heidenen, die een zedelijk leven hebben geleid, in gehoorzaamheid en onderwerping en in onderlinge liefdadigheid volgens hun godsdienst hebben geleefd, en die daardoor iets als een geweten hadden ontvangen, in het andere leven worden aangenomen en daar door de engelen in het Goede en het Ware van het geloof met bijzondere zorg worden onderwezen.
Laatste Oordeel 51 (gedeeltelijk):
Diegenen evenwel uit de heidenen, die in de wereld God hadden vereerd onder een menselijke vorm en een liefdadig leven hadden geleid, volgens hun godsdienst, werden verbonden met de Christenen in de hemel, want zij erkennen en aanbidden de Heer meer dan anderen.
Nieuwe Jeruzalem en haar hemelse Leer 244:
Zij die buiten de Kerk zijn, en één God erkennen, en volgens hun godsdienstige in een zekere naastenliefde jegens de naaste leven, zijn in gemeenschap met hen die van de Kerk zijn; aangezien niemand die gelooft in God en goed leeft, verdoemd wordt: daaruit blijkt dat de Kerk van de Heer overal in het algehele wereldrond is, hoewel in het bijzonder daar waar de Heer wordt erkend, en waar het Woord is.

bron: Emanuel Swedenborg