WELK NUT HAD DE REFORMATIE?

De Hervormden die zich van Rome afscheidden
kregen enig licht door het lezen van het Woord,
maar niet zulk licht,
dat zij waarheden konden zien zoals de Ouden.
 
Apocalyps Ontvouwd 988 (gedeelten)
De oorzaak dat de leer van het geloof wordt verstaan onder ‘de troon van het beest’, (Openbaring 16:10), is deze, dat onder de Troon in de hoogste zin de hemel en de Kerk wordt verstaan ten aanzien van het Goddelijk Ware, en het Goddelijk Ware wordt in de Christelijke Kerk het geloof genoemd, anders dan in de oude Kerken; waarin men niet wist wat het geloof is, omdat het geloof iets insluit dat niet wordt verstaan, en dat men niettemin moet geloven alsof het waar was. Zodanig zijn bijna alle dingen van de Kerk en haar leren heden ten dage; wie kan niet zien, dat de mens door zulk een geloof daartoe kan worden gebracht om louter ongerijmde en valse dingen te geloven, als ze slechts worden opgelegd als dogma's door hen die als gezaghebbenden zijn aangesteld, en door anderen, die er om verscheidene oorzaken van houden in blinde gehoorzaamheid te leven, worden bevestigd? Valse dingen, ook de helse, immers kunnen worden bevestigd totdat zij als ware dingen verschijnen, door begoochelingen en drogredenen; zoals dit helse valse, dat de natuur alles is; dat al wat verschijnt denkbeeldig is; dat mens en beest slechts weinig verschillen, eender sterven, en na de dood niet leven; dat het Woord niet heilig is, en andere eendere dingen: waaruit blijkt, dat alle blindheid in geestelijke dingen door het huidige geloof is aangebracht, ingezet en tot de grootste donkerheid opgevoerd door de Babylonische natie, uit welke donkerheid weliswaar de Hervormden, die van die natie terugtraden, in enig licht door de lezing van het Woord oprezen, maar niet tot het licht, zodat zij de ware dingen kunnen zien zoals de Ouden; de oorzaak hiervan was deze, dat zij het geloof hebben gescheiden van het leven, en vanuit het leven heeft de mens het licht, en niet vanuit enig afgescheiden geloof.
 
Apocalyps Ontvouwd1069 (gedeeltelijk)
...namelijk dat het die Goddelijke Ware dingen zijn, die de Babylonische natie heeft ontwijd; en van deze zijn de voornaamste, dat de Heer de mogendheid heeft over de hemel en over de aarde, en dat alleen het Woord heilig Goddelijk is; deze twee immers maken de Kerk zelf van de Heer op aarde; de Kerk immers is de Kerk uit hoofde hiervan, dat de Heer wordt aanbeden, en dat het Woord wordt gelezen; de Heer immers hervormt de mens, en het Woord leert hoe de mens zal leven opdat hij uit de Heer kan worden hervormd; en daarom zou, indien die twee ware dingen niet werden erkend en opgenomen, de Kerk zelf vergaan; op die beide ware dingen immers wordt de Kerk gegrondvest. Daarvandaan is het, dat het vanuit de Goddelijke Voorzienigheid van de Heer is geschied, dat bepaalde Kerken zich van de Babylonische hebben afgescheiden, die de Goddelijke Macht van de Heer over de hemel en over de aarde evenwaardig aan de macht van God de Vader erkennen, en die eveneens de Goddelijke heiligheid aan het Woord alleen toekennen; in dit is voorzien door de Heer, opdat niet de in de Europese wereld gegrondveste Christelijke Kerk zou vallen.
 
WAT IS DE DWALING VAN DE HERVORMERS?"
 
Dezelfde als die van de Katholieke kerk,
met toevoeging van de leer over de rechtvaardigmaking door het geloof alleen,
zonder de werken van naastenliefde,
of van de Decaloog.
 
Apocalyps Onthuld 391..
"En hun werden zeven bazuinen gegeven", (Openbaring 8 : 2c); betekent het onderzoek en de openlegging van de staat van de Kerk en vandaar van het leven van degenen die in het geloof-alleen zijn. Met de bazuinen wordt hier ter plaatse iets eenders aangeduid als met schallen, omdat zij ze deden schallen, en met de bazuinen doen schallen wordt aangeduid samenroepen tot plechtigheden, welke er verschillende waren; hier om te onderzoeken en bloot te leggen hoedanig degenen zijn die in het geloof-alleen zijn, aldus hoedanig zij zijn die van de Kerken van de Hervormden heden ten dage zijn. Men moet weten dat de Kerk in de Hervormde wereld heden ten dage in drieën is verdeeld, naar de drie voorgangers: Luther, Calvijn en Melanchton, en dat die drie Kerken in verschillende dingen van elkaar afwijken, maar dat zij in dit artikel: "Dat de mens rechtvaardig gemaakt wordt door het geloof zonder de werken van de wet", alle overeenkomen; hetgeen wonderlijk is.
 
Beknopte Uiteenzetting van de Leer van de Nieuwe Kerk 21.
De leidende hervormers: Luther, Melanchton en Calvijn, hebben alle leerstellingen over de Drie-eenheid van de personen in de Godheid, de erfzonde, de toerekening van de verdienste van Christus en de rechtvaardigmaking door het geloof, zoals zij toen bij de Rooms-katholieken waren en geweest waren, vastgehouden, maar zij hebben de naastenliefde of de goede werken van dit geloof gescheiden en verklaard, dat deze niet tevens zaligmakend zijn, en dit met het doel om te breken met de Rooms-katholieken in wat het eigenlijke wezen van de Kerk uitmaakt, namelijk het geloof en de naastenliefde.
 
 
WAARIN IS DEZE LEER VERKEERD?
 
Zij sluit de vrije keuze en de medewerking van de mens uit,
en schrijft aan God een willekeurigheid toe
en legt de schuld van de verdoemenis op Hem
in plaats van op de mens.
B 64; W 616; V 340
 
Beknopte Uiteenzetting van de Leer van de Nieuwe Kerk 64.
Uit het geloof van de hedendaagse kerk zijn voortgekomen en kunnen nog voortkomen enorme misgeboorten als b.v. :de ogenblikkelijke verlossing uit onmiddellijke barmhartigheid; de predestinatie; dat God niet op de handelingen van de mensen, maar alleen op het geloof ziet; dat er geen verbinding is van naastenliefde en geloof; dat de mens bij de bekering is als een boomstronk, en zo meer; ook met betrekking tot de sacramenten, de Doop en het Heilig Avondmaal, wat betreft de redelijke beginselen van hun nut, afgeleid uit de leer van de rechtvaardigmaking door het geloof-alleen; zo ook wat de persoon van Christus aangaat. De ketterijen van de eerste eeuwen af tot op de dag van heden zijn uit niets anders ontsprongen dan uit de leer gegrond op de voorstelling van drie goden.
 
Ware Christelijke Religie 616.
Zegt, zo u kunt, of er met betrekking tot de wederverwekking ooit een blinder stompzinnigheid kan bestaan dan zoals die heerst bij hen, die zich bevestigen in het huidige geloof, dat daarin bestaat, dat het geloof de mens wordt ingegoten, terwijl hij als een stronk of een steen is, en dat dan op dit ingegoten geloof de rechtvaardiging volgt, wat de vergeving van de zonden is, de wederverwekking, en nog tal van andere gaven; en dat de werking van de mens geheel en al moet worden uitgesloten, ter wille hiervan, dat zij aan de verdienste van Christus niet enig geweld zal aandoen. Om dit dogma nog steviger te grondvesten, hebben zij de mens alle vrije keuze in geestelijke dingen ontnomen, door een volslagen onmacht in deze dingen in te voeren; en dan is het, alsof God alleen Zijnerzijds werkte, en alsof de mens geen macht gegeven was, uit zichzelf mee te werken, en zich aldus te verbinden. Wat is de mens ten aanzien van de wederverwekking dan anders dan iemand die aan handen en voeten gebonden is, zoals de vastgeketenden op de schepen, die men galeislaven noemt, die, wanneer hij zich van hand- en voetboeien zou bevrijden, op dezelfde wijze als dezen bestraft en ter dood veroordeeld zou worden, dat wil zeggen, wanneer hij uit vrije keuze de naaste het goede deed, en uit zichzelf in God zou geloven ter wille van het heil. Wat zou een mens die in dergelijke dingen bevestigd is, en toch in een vroom verlangen naar de hemel, anders zijn dan een spook in een visioen, afwachtend, of dit geloof met zijn weldaden is ingegoten, en zo niet, of het ingegoten wordt, en dus of God de Vader Zich erbarmd heeft, dan wel of Zijn Zoon bemiddeldend is opgetreden, dan wel of de Heilige Geest, elders in beslag genomen is geweest, en niet gewerkt heeft. En tenslotte zou hij uit volslagen onwetendheid daarover terugtreden, en zich met deze woorden troosten: "Misschien is deze genade in de zedelijkheid van mijn leven gelegen, waarin ik ben en als tevoren blijf, en deze is in mij heilig, terwijl zij in hen, die dit geloof niet verkregen hebben, profaan is. Daarom zal ik mij, opdat de heiligheid in mijn zedelijkheid zal blijven, hierna wel daarvoor hoeden, uit mijzelf het geloof en de naastenliefde te werken", en dergelijke dingen meer. Tot een dergelijk spook, of, zo u het liever wilt, tot zo’n zoutpilaar wordt eenieder, die over de wederverwekking denkt zonder de vrije keuze in geestelijke dingen.
 
Goddelijke Voorzienigheid 340 (gedeeltelijk):
Er zijn twee wezenlijke en tegelijk universele dingen in de godsdienst: de erkenning van God, en de boetedoening; deze twee zijn ijdel voor hen die geloven gezaligd te worden vanuit de barmhartigheid alleen, hoe zij ook leven; want wat is er meer nodig dan te zeggen: erbarm u mijner, o God. Over alle overige dingen die van de godsdienst zijn, verkeren zij in dikke duisternis, ja zelfs hebben zij die dikke duisternis lief. Over het eerste wezenlijke van de Kerk, wat de erkenning van God is, denken zij niets anders dan: ‘Wat is God; wie heeft Hem gezien.’ Indien gezegd wordt dat Hij is en dat Hij één is, zeggen zij dat Hij één is; indien gezegd wordt dat er drie zijn, zeggen zij ook dat het zo is, maar dat de drie één genoemd moeten worden. Dit is de erkenning van God bij hen. Over het tweede wezenlijke van de Kerk, wat de boetedoening is, denken zij niets, bijgevolg ook niet over enige zonden, en tenslotte weten zij niet dat er enige zonde is; en dan horen en zuigen zij met wellust in, dat de Wet niet verdoemt omdat de Christen niet onder haar juk is; indien u slechts zegt: ‘Erbarm U mijner, o God, ter wille van de Zoon’, zo zult u gezaligd worden; dit is de boetedoening van het leven bij hen. Maar verwijder de boetedoening, of, wat hetzelfde is, scheid het leven van de godsdienst, wat blijft er dan anders over dan het woord: Erbarm U mijner; vandaar is het dat zij ook niets anders konden zeggen dan dat de zaliging ogenblikkelijk is door die woorden, en indien niet eerder, dan toch omstreeks het uur van de dood. Wat is hun dan het Woord anders dan een duister en raadselachtig woord?

 

bron: Emanuel Swedenborg