KUNNEN MENSEN DIE MET EEN BEPAALDE HEMEL VERBONDEN ZIJN
DE INNERLIJKE ZIN VAN HET WOORD VERSTAAN
NET ZOALS DE ENGELEN VAN DIE HEMEL?
 
De mens kan die zin in deze wereld maar duister waarnemen
en nauwelijks iets daarvan uitdrukken.
 
Apocalyps Ontvouwd 16.
"Omdat de tijd nabij is", (Openbaring 1:3); dat dit betekent de innerlijke staat zodanig, staat vast uit de betekenis van de tijd, wat de staat is, waarover in het Werk ‘Hemel en Hel ’, nrs. 162 tot 169. Daar wordt gehandeld over de tijd in de hemel; en uit de betekenis van nabij, wat het inwendige is, hier dus, omdat het wordt gezegd van de staat, een zodanige innerlijke staat als boven is beschreven. Onder de staat wordt de staat van de aandoening en van het denken daaruit verstaan. Wie dit leest, en niets over de inwendige zin weet, meent dat onder ‘de tijd is nabij’, wordt verstaan dat de tijd waarop de dingen zouden worden vervuld die in de Apocalyps zijn bevat, nabij was; maar dat dit niet wordt verstaan, kan hieruit vaststaan, dat er zeventien eeuwen zijn verlopen, voordat zij werden vervuld. Maar omdat het Woord in de letter natuurlijk, en innerlijk geestelijk is, wordt er daarom gezegd de tijd is nabij, opdat in de Hemel de innerlijke staat zou worden verstaan; want indien de innerlijke staat volgens de geestelijke zin daar was gezegd, zo zou het door de engelen niet worden verstaan, want dezen doorvatten alle dingen van het Woord volgens de overeenstemmingen. Dat nabij betekent innerlijk, is omdat de afstanden in de hemel zich geheel en al volgens de verschillen van het goede van de liefde gedragen; en daarom zijn zij die in een verwant goede zijn, ook elkaar nabij; waarvandaan het is, dat de verwantschappen op aarde nabestaande betrekkingen worden geheten, omdat zij de geestelijke verwantschappen weergeven, die in de Hemel daadwerkelijk zodanig zijn. De oorzaak dat het in de Hemel zo is, is deze dat het goede van de liefde verbindt, en hoe innerlijker het is, des te nader het verbindt: vandaar is het, dat de hemel de mens des te dichter nabij is, naarmate hij innerlijker in het goede van de liefde is. Dit ontleent de oorsprong hieraan, dat de Heer de engel, de geest, en de mens des te dichter nabij is, naarmate zij Hem innerlijker liefhebben, dat wil zeggen, vanuit het verkwikkelijke van de liefde dit doorvatten, willen en doen. Vandaar is het, dat het nabije in het Woord de tegenwoordigheid of aanwezigheid en de verbinding betekent. Dit nabije wordt aldus beschreven bij Johannes: "Jezus zegt: Wie Mij liefheeft, bewaart Mijn Woord, en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen tot hem komen en Wij zullen verblijf bij hem maken", (Johannes 14:23), en bij dezelfde: "Gij kent de Parakleet, de Geest der waarheid, omdat Hij bij u blijft, en in u zal zijn", (Johannes 14:17). De Parakleet, de Geest der waarheid, is het Goddelijk Ware, voortgaande uit de Heer; en daarom wordt er gezegd: Hij zal in u zijn.
 
Apocalyps Ontvouwd 17.
De benaderende of algemene ontvouwingen van de voorgaande woorden zullen als het ware verstrooid uiteenliggend verschijnen, omdat zij niet in een doorlopende reeks tevoorschijn zijn gebracht, wat geschiedt als ieder woord op zichzelf wordt uiteengezet, en de inwendige zin onmiddellijk wordt neergelaten op de zin van de letter, welke een andere is, en ieder ding afzonderlijk wordt beschouwd. Maar dit geschiedt niet zo bij de engelen, die in de inwendige zin zijn; dezen zien niet de zin van de letter, noch weten zij iets daarover, maar slechts de inwendige zin; en omdat zij deze zien in het licht van de hemel, zien zij hem in zulk een reeks, en in zulk een verband, en eveneens in zulk een overvloed, en vandaar in zulk een wijsheid, dat het niet met menselijke woorden uitgedrukt en beschreven kan worden. De ideeën van de engelen, die geestelijk zijn, verbinden ook op wonderbaarlijke wijze alle dingen, en zij vatten meer dingen samen, dan de mens voor het duizendste deel met zijn ideeën, die natuurlijk zijn, kan omvatten en uitspreken.   
 
Hemelse Verborgenheden 167.
Als men echter wist, hoeveel verborgenheden in ieder kleinste vers besloten liggen, zou men versteld staan; er zijn zoveel verborgenheden daarin vervat dat het nooit gezegd kan worden. Dit blijkt nauwelijks uit de letter; om het kort te zeggen: de woorden in de letterlijke zin, juist zoals ze zijn, ontvangen een levende uitbeelding in schone orde in de wereld der geesten, want de wereld der geesten is een uitbeeldende wereld; en al wat levend wordt uitgebeeld, nemen in de tweede hemel de engelengeesten, wat betreft de fijnere bestanddelen die het uitgebeelde bevat, waar; en dit worden de engelen in de derde hemel overvloedig en ten volle gewaar met onuitsprekelijke engelenvoorstellingen, en wel naar het welbehagen van de Heer met alle vermenigvuldigheid die onbegrensd is. Van dien aard is het Woord van de Heer.
 
Hemelse Verborgenheden 6333 (gedeeltelijk):
Het Woord is gegeven om de hemel en de aarde te verenigen, of de engelen met de mensen, om welke reden het aldus is geschreven dat het door de engelen geestelijk wordt gevat wanneer het door de mens natuurlijk wordt genomen, en zo het heilige door de engelen invloeit, waardoor vereniging geschiedt. Zodanig is het Woord zowel in de historische als in de profetische dingen; maar de inwendige zin verschijnt minder in de historische dan in de profetische dingen, omdat de historische dingen in een andere stijl zijn geschreven, maar niettemin door aanduidende dingen. De historische dingen zijn daarom gegeven opdat de kleine kinderen en de jonge mensen hierdoor worden ingewijd in het lezen van het Woord, want het zijn verrukkelijke dingen, en zij vatten post in het gemoed, en door deze dingen wordt hun zo vergemeenschapping gegeven met de hemelen, welke vergemeenschapping aangenaam is, omdat degenen die daar zijn in de staat van de onschuld en van de wederzijdse naastenliefde zijn; dit is de oorzaak dat er een historisch Woord is. Dat er een profetisch Woord is, komt omdat het, wanneer het wordt gelezen, door de mens niet dan duister wordt verstaan; en wanneer het door de mens die zodanig is als hij heden ten dage is, duister wordt verstaan, dan wordt het door de engelen helder doorvat.
 
Hemel en Hel 265.
De wijsheid van de engelen in de hemel kan men zich nauwelijks voorstellen, omdat zij de menselijke wijsheid zo ver te boven gaat, dat een vergelijking daarmee niet gemaakt kan worden, en datgene wat iets anders verre te boven gaat, schijnt alsof het niet bestaat. Sommige dingen waardoor zij kan worden beschreven, zijn zelf onbekend, en voordat zij gekend worden, zijn deze in het verstand als schaduwen, en verbergen daarom de zaak zoals die werkelijk is; toch zijn deze dingen zodanig dat zij kunnen gekend worden en wanneer zij gekend zijn ook begrepen, mits de geest er genot in kan vinden; want genot brengt licht mee, omdat het uit de liefde komt; en voor hen die de zaken van de Goddelijke en hemelse wijsheid liefhebben, schijnt het licht uit de hemel, en bestaat er verlichting.

 

bron: Emanuel Swedenborg