Hoe bewerkt de Heer de wederverwekking?

Door naastenliefde en geloof als de twee middelen, onder de medewerking van de mens.

Ware Christelijke Religie 576 (gedeeltelijk):

Deze twee, de naastenliefde en het geloof, worden middelen genoemd, aangezien zij de mens met de Heer verbinden, en maken, dat de naastenliefde de naastenliefde is, en dat het geloof het geloof is; en dit kan niet geschieden, tenzij de mens ook deel heeft aan de wederverwekking; daarom wordt er gezegd: terwijl de mens meewerkt.

 

Wat heeft de Heer bedoeld met geboren worden uit water en geest?

Geboren worden uit de waarheden van het geloof en een leven dienovereenkomstig.

Ware Christelijke Religie 572 (gedeeltelijk):

Dat de mens, tenzij hij wederom verwekt wordt, het Koninkrijk Gods niet kan ingaan, is de leer van de Heer bij Johannes, alwaar het volgende staat: ‘Jezus zei tot Nicodemus: Voorwaar, voorwaar zeg ik u: tenzij dat iemand wederom verwekt wordt, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien; en andermaal: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: zo iemand niet verwekt is geweest uit water en geest, hij kan in het Koninkrijk Gods niet ingaan; hetgeen uit het vlees geboren is, is vlees, en hetgeen verwekt is uit de geest, is geest’, (Johannes 3: 3, 5, 6). Onder het Koninkrijk Gods wordt zowel de hemel als de Kerk bedoeld, want het Koninkrijk Gods op aarde is de Kerk. Verwekt worden door water en geest, betekent, door de waarheden van het geloof, en een leven overeenkomstig deze;

Nieuwe Jeruzalem en haar Hemelse Leer 181.

De innerlijke mens wordt het eerst wederverwekt uit de Heer, en daarna de uitwendige, en deze door gene. De innerlijke mens immers wordt wederverwekt door de dingen te denken die van het geloof en van de naastenliefde zijn, de uitwendige echter door het leven volgens dit. Dit wordt verstaan onder de woorden van de Heer: "Tenzij iemand verwekt zal zijn geweest vanuit water en geest, hij kan niet inschrijden in het Koninkrijk Gods", (Johannes 3:5). Water in de geestelijke zin is het ware van het geloof, en geest is het leven daarnaar.

bron: Emanuel Swedenborg