Indien de mens alle soorten doodslag schuwt,
welke goede wordt ingeplant?
 
De liefde jegens de naaste.
70 Leer des Levens.
Omdat nu het boze en het goede twee tegengestelden zijn, geheel en al zoals hel en hemel, of zoals de duivel en de Heer, zo volgt dat de mens als hij het boze als zonde schuwt, komt in een aan het boze tegenovergesteld goede; het goede tegenovergesteld aan het boze dat wordt verstaan onder moord, is het goede van de liefde jegens de naaste.
 
Indien hij alle soorten echtbreuk schuwt,
welke goede wordt ingeplant?
 
De kuisheid en de echtelijke liefde.
76 Leer des Levens
Dat iemand voor zoveel hij echtbreuk schuwt, voor evenzoveel het huwelijk liefheeft, of, wat hetzelfde is, voor zoveel iemand de wulpsheid van echtbreuk schuwt, hij de kuisheid van het huwelijk liefheeft, is omdat de wulpsheid van echtbreuk en de kuisheid van het huwelijk twee tegengestelden zijn; en daarom, voor zoveel iemand niet in het ene is, voor evenzoveel is hij in het andere.
 
137 Echtelijke Liefde (gedenkwaardigheid):
Toen ik -Swedenborg- in een overdenking ten aanzien van de echtelijke liefde was, zie, zo verschenen uit de verte twee naakte kindertjes, met mandjes in de handen, en rondom hen vlogen tortelduiven. En toen zij van naderbij werden gezien verschenen zij, naakt als zij waren, zedig met slingers getooid. Kransjes van bloemen versierden hun hoofden, en slingers van leliën en rozen met een hyacinthen kleur, afhangend schuin van de schouderbladen tot de lendenen, tooiden hun borst. Rondom hen beiden was als het ware een gemeenschappelijke band, uit kleine blaadjes samengeweven, met olijven er tussendoor aangebracht. Maar toen zij nog dichterbij kwamen, verschenen zij niet als kleine kinderen, ook niet naakt, maar zoals een tweetal mensen in de eerste leeftijdsbloei, bekleed met toga's en tunica's van sprankelende zijde, waarin bloemen waren geweven die allerschoonst van aanblik waren. Toen zij naast mij waren, woei mij uit de hemel door hen een lente- warmte met welriekende geur tegen, zoals van de eerste ontluikingen in tuinen en akkers. Het waren twee echtelieden uit de hemel; en zij spraken mij toen aan; en omdat de dingen die ik gezien had, nog vers in mijn denken waren, vroegen zij: "Wat hebt gij gezien?" En toen ik vertelde dat zij mij eerst waren verschenen als naakte kindertjes, daarna als met slingers versierde kindertjes, en ten slotte groter, bekleed met bebloemde klederen, en dat mij toen opeens een lentelijke warmte met haar verrukkingen had tegengewaaid, lachten zij liefelijk daarover, en zeiden dat zij zichzelf onderweg niet als kleine kinderen hadden toegeschenen, noch naakt, noch met slingers, maar bij voortduring in een eendere verschijning als nu; en dat zo dus uit de verte hun echtelijke liefde was uitgebeeld, haar staat van onschuld daarmede dat zij werden gezien als naakte kindertjes, haar verrukkingen door slingers, en de zelfde nu door de in hun toga's en tunica's geweven bloemen. En omdat u hebt gezegd dat u, naar gelang wij naderden, een lentewarmte tegenwoei met de liefelijke geuren ervan zoals uit een tuin, zo zullen wij zeggen waarom dit is. Zij zeiden verder: Wij zijn nu al eeuwen lang echtelieden geweest, en bij voortduring in de leeftijdsbloei waarin gij ons ziet; en onze eerste staat is geweest zoals de eerste staat is van een maagd en een jongeman wanneer zij zich vergezelschappen door het huwelijk. En wij hebben toen geloofd dat die staat de gezegendheid zelf van ons leven was. Maar wij hebben van anderen in onze Hemel gehoord en daarna hebben wij het zelf doorvat dat die staat er een was van de warmte niet getemperd met het licht, en dat zij geleidelijk zou worden getemperd naar gelang de echtgenoot in wijsheid wordt vervolmaakt, en de echtgenote die wijsheid in de echtgenoot liefheeft, en dat dit geschiedt door de nutten en volgens de nutten die de een en de ander met wederzijds bijstand in het gezelschap verricht; voorts dat de verrukkingen opeenvolgen volgens de tempering van de warmte en het licht, of van de wijsheid en de liefde ervan. Dat u toen wij naderden als het ware een lentewarmte tegenwoei, komt omdat de echtelijke liefde en die warmte in onze hemel als één optreden; de warmte immers bij ons is de liefde, en het licht waarmee de warmte wordt verenigd, is de wijsheid; en het nut is zoals de atmosfeer, die in haar schoot beide samenhoudt. Wat is de warmte en het licht zonder dat wat ze samenhoudt; dus wat is de liefde en de wijsheid zonder haar nut?
Het echtelijke is niet daarin, omdat het subject waarin zij moeten zijn, er niet is. In de hemel is daar waar de lente- warmte is, de waarlijk echtelijke liefde; de oorzaak hiervan is dat nergens anders het lentelijke is dan daar waar de warmte in evenredige verhouding met het licht, of waar er zo veel van warmte is als er van licht is, en omgekeerd; en wij achten dat zoals de warmte zich verlustigt met het licht, en het licht omgekeerd met de warmte, zo de liefde zich verlustigt met de wijsheid, en omgekeerd de wijsheid met de liefde. Verder zei hij: Bij ons in de hemel is er voortdurend licht, en nooit avondschaduw, te minder duisternis, omdat onze Zon niet ondergaat en opkomt zoals uw zon, maar bij voortduring in het midden tussen zenith en horizon staat; wat volgens uw spreekwijze op een hoogte van 45 graden is. Vandaar komt het dat de warmte en het licht die uit onze Zon voortgaan, een voortdurende lente maken, en dat dit voortdurende lentelijke aan diegenen wordt ingeblazen bij wie de liefde in evenredige verhouding wordt verenigd met de wijsheid; en onze Heer ademt door het eeuwige één-zijn van de warmte en het licht niet iets anders dan nutten. Daarvandaan zijn ook de ontkiemingen van uw aardbol, en de paringen van uw vogels en dieren in de lente tijd. De lente- warmte immers opent hun innerlijke dingen tot aan het binnenste toe, welke hun zielen worden genoemd, en doet deze aan, en geeft aan hen hun echtelijke in, en maakt dat het teelkrachtige van hen in zijn verrukkingen komt vanwege het aanhoudende streven om vruchten van nut te maken, welk nut de voortplanting van hun soort is. Maar bij de mensen is de voortdurende invloed van de lentewarmte uit de Heer, en daarom kunnen zij zich te allen tijde, ook midden in de winter, in het huwelijk verlustigen. De mannen immers zijn geschapen als opnemingen van het licht, dat wil zeggen, van de wijsheid uit de Heer, en de vrouwen zijn geschapen als opnemingen van de warmte, dat wil zeggen, van de liefde van de wijsheid van de man uit de Heer. Vandaar nu komt het dat u naargelang wij naderden, een lentewarmte met welriekende geur tegenwoei zoals uit de eerste ontluikingen in tuinen en akkers. Na dit gezegd te hebben, gaf de man mij de rechterhand en leidde mij naar huizen waar echtelieden in een eendere leeftijdsbloei waren als zij; en hij zei dat die vrouwen- echtgenoten, die nu als maagden werden gezien, in de wereld stokoude vrouwtjes waren geweest, en dat de mannen -echtgenoten, die nu als jongelingen werden gezien, daar afgeleefde grijsaards waren geweest; en dat zij allen door de Heer in deze bloeiende leeftijd zijn teruggebracht omdat zij elkaar wederzijds hebben liefgehad en uit godsdienst, en echtbreuken als ontzaglijke zonden hebben geschuwd. En hij zei dat niemand de gezegende verkwikkende dingen van de echtelijke liefde weet dan alleen hij die de huiveringwekkende verkwikkende dingen van de echtbreuk verwerpt; en dat niemand deze kan verwerpen dan alleen hij die wijs is uit de Heer; en dat niemand wijs is uit de Heer dan alleen hij die uit de liefde van de nutten de nutten doet. Ik zag toen ook hun huisraad, en al deze gebruiksvoorwerpen waren in hemelse vormen, en dit flitste als goud wat als het ware vlamde van de robijnen waarmede zij bezaaid waren.
 
425 Echtelijke Liefde.
De hoerse liefde is tegengesteld aan de echtelijke liefde. Er bestaat in het heelal niets dat niet zijn tegengestelde heeft; en tegengestelden staan tot elkaar niet in een verhouding, maar zijn tegenstrijdigheden. Verhoudingen zijn tussen het grootste en het kleinste van hetzelfde ding, maar de tegenstrijdige dingen zijn uit hoofde van het tegengestelde daartegen gekant; en deze staan in verhouding tot elkaar zoals de eerdergenoemde tot elkaar; en daarom zijn ook de verhoudingen tegengesteld. Dat alle en de afzonderlijke dingen hun tegengestelden hebben, blijkt uit het licht, de warmte, de tijden van de wereld, aandoeningen, doorvattingen, gewaarwordingen, en meer andere dingen. Het tegengestelde van het licht is de donkerte; het tegengestelde van de warmte is de koude; de tegengestelden van de wereld zijn dag en nacht, zomer en winter, de tegengestelden van aandoeningen zijn vreugden en smarten, en blijdschappen en droefenissen; de tegengestelden van de doorvattingen zijn goede en boze dingen, en ware en valse dingen; en de tegengestelden van de gewaarwordingen zijn verkwikkelijke en onverkwikkelijke dingen. Daaruit kan men in alle duidelijkheid besluiten dat de echtelijke liefde haar tegengestelde heeft. Dat dit de echtbreuk is, kan eenieder, indien hij wil, uit alle inspraken van de gezonde rede zien. Zeg, indien u kunt, wat anders het tegengestelde ervan is. Daarbij komt dat aangezien de gezonde rede dit uit haar licht klaarblijkend heeft kunnen zien, zij daarom wetten heeft uitgevaardigd, die de burgerlijke van de gerechtigheid worden genoemd, voor de huwelijken en tegen de echtbreuken. Opdat het nog opvallender zal uitkomen dat zij tegengestelden zijn, is het geoorloofd iets mee te delen wat ik meermalen in de geestelijke wereld heb gezien. Wanneer zij die in de natuurlijke wereld uit bevestiging echtbrekers zijn geweest, de uit de hemel neervloeiende sfeer van de echtelijke liefde doorvatten, vluchten zij dadelijk in holen weg en verbergen zij zich, of indien zij zich hardnekkig tegen haar verzetten, geraken zij in grimmige woede en worden zoals furiën. Dat dit zo geschiedt, komt omdat alle verkwikkelijke en onverkwikkelijke dingen van de aandoeningen daar worden doorvat, en soms zo duidelijk als de geur wordt doorvat met de reuk; zij hebben immers niet een stoffelijk lichaam dat zulke dingen opzuigt. Dat echter aan velen in de natuurlijke wereld de tegenstelling van de hoerse liefde en de echtelijke liefde onbekend is, komt vanwege de verkwikkelijke dingen van het vlees, die in schijn de verkwikkelijke dingen van de echtelijke liefde nabijkomen in de uitersten, en zij die in de verkwikkelijke dingen alleen zijn, weten niet iets over die tegenstelling; en ik acht, dat indien u zou zeggen dat ieder ding zijn tegengestelde heeft en daarom besloot dat ook de echtelijke liefde haar tegengestelde heeft, de echtbrekers zouden antwoorden dat die liefde geen tegengestelde heeft, omdat de hoerse liefde zich in geen enkele zin van haar onderscheidt. Waaruit ook blijkt dat wie niet weet hoedanig de echtelijke liefde is, ook niet weet hoedanig de hoerse liefde is; en verder, dat men niet weet uit de hoerse liefde hoedanig de echtelijke liefde is, maar juist uit de echtelijke weet men dit. Niemand weet uit het boze het goede, maar men weet uit het goede het boze; het boze immers is in de donkerheid, het goede echter is in het licht.

 

bron: Emanuel Swedenborg