Indien iemand alle soorten diefstal schuwt,
welk goede wordt ingeplant?
De liefde tot oprechtheid, hetgeen ongereptheid, gerechtigheid, betrouwbaarheid en rechtvaardigheid inhoudt.
82 Leer des Levens.
Dat iemand voor zoveel als hij diefstal als zonde schuwt, voor evenzoveel de oprechtheid liefheeft, is omdat diefstal ook bedrog is, en bedrog en oprechtheid zijn twee tegengestelden; en daarom, voor zoveel iemand niet in bedrog is, voor evenzoveel is hij in de oprechtheid.
Indien iemand alle soorten valse getuigenis schuwt, welk goede wordt ingeplant?
De liefde tot de waarheid.
88 Leer des Levens.
Aangezien de leugen en de waarheid twee tegengestelden zijn, volgt daaruit, dat voor zoveel iemand de leugen als zonde schuwt, hij voor evenzoveel de waarheid liefheeft.
Wanneer kunnen de boosheden door schuwen niet worden verwijderd? 
Wanneer het om enige andere reden geschiedt dan omdat het zonden zijn;
de mens doet dit dan alleen opdat ze voor de wereld niet zichtbaar worden.
108 Leer des Levens.
Er zijn zedelijke mensen, die zich aan de geboden van de tweede tafel van de Decaloog houden: niet bedriegen, niet lasteren, niet wraakgierig zijn, niet echtbreken, en onder hen zijn er die bij zich bevestigen, dat zulke dingen boos zijn, omdat zij de gemeenschap schaden, en zo tegen de wetten der menselijkheid zijn. Zij beoefenen ook de naastenliefde, de oprechtheid, de gerechtigheid, de kuisheid. Maar als zij deze goede dingen doen, en die boze dingen schuwen, alleen omdat zij boos zijn, en niet tevens omdat zij zonden zijn, zo zijn zij niettemin louter natuurlijk, en bij de louter natuurlijke mens blijft de wortel van het boze ingeënt, en is niet verwijderd; en daarom zijn de goede dingen die zij doen, niet goed, omdat zij uit henzelf zijn.
17 Goddelijke Voorzienigheid.
Velen zijn er die niet weten dat zij in de boze dingen zijn omdat zij die niet uitwendig doen; want zij vrezen de burgerlijke wetten, en eveneens het verlies van goede naam, en zo zijn zij vanuit gewoonte en aanleg gewend de boze dingen te schuwen als schadelijk voor hun eer en hun gewin. Maar indien zij de boze dingen niet schuwen vanuit het beginsel van de godsdienst omdat zij zonden zijn, en tegen God, dan blijven bij hen de begeerten van het boze aan met de verkwikkelijke dingen ervan, zoals gestremde of stilstaande onzuivere wateren. Laten zij hun denken en bedoelingen uitvorsen en zij zullen ze vinden, als zij slechts weten wat zonde is. Zodanig zijn velen die zich in het van de naastenliefde gescheiden geloof hebben bevestigd, die, omdat zij geloven dat de wet niet verdoemt, zelfs niet aandacht schenken aan de zonden, en sommigen twijfelen of zij er zijn, en indien zij er zijn, dat zij er niet voor God zijn omdat zij vergeven zijn. Zodanig zijn ook de natuurlijke moralisten, die geloven dat het burgerlijk en zedelijk leven met de voorzichtigheid ervan alle dingen voortbrengt, en de Goddelijke Voorzienigheid niets. Zodanig zijn ook zij die met veel inspanning streven naar de faam en de naam van eerzaamheid en oprechtheid om de eer of om het gewin. Maar zij die zodanig zijn, en tevens de godsdienst hebben versmaad, worden na de dood geesten vol begeerten, die aan zichzelf verschijnen alsof zij de mensen waren, maar aan de anderen uit de verte zoals priapen; en zij zien in de duisternis, en niets in het licht, zoals de nachtuilen.

bron: Emanuel Swedenborg