Wat is een aanwijzing dat iemand in een staat van hervorming is ?
 
Dat hij van het boze afziet en het goede dáárom doet,
omdat hij uit het verstand ziet en erkent,
dat het boze geschuwd dient te worden
en het goede gedaan.
 
397 Ware Christelijke Religie.
De Wil en het Verstand.
1. De mens heeft twee vermogens, die zijn leven uitmaken; het ene wordt de wil genoemd en het andere het verstand. Deze zijn van elkaar onderscheiden, maar toch zo geschapen dat zij één zijn; en wanneer zij één zijn, worden zij gemoed genoemd, en al het leven van de mens is daar in de beginselen, en vandaar in het lichaam. 2. Zoals alle dingen in het heelal, die overeenkomstig de orde zijn, terugslaan op het goede en het ware, evenzo slaan alle dingen bij de mens op de wil en het verstand terug, want het goede van de mens behoort tot zijn wil, en het ware bij hem tot zijn verstand. Want deze beide vermogens of deze twee levens van de mens zijn de ontvangende vaten en subjecten daarvan; de wil is het ontvangende vat en het subject van alle dingen van het goede, en het verstand is het ontvangende vat en het subject van alle dingen van het ware. De goedheden en de waarheden bij de mens zijn nergens anders. En aangezien de goedheden en de waarheden bij de mens nergens anders zijn, zo zijn ook de liefde en het geloof nergens anders, omdat de liefde tot het goede en het goede tot de liefde behoort, en het geloof tot het ware, en het ware tot het geloof behoort. 3. De wil en het verstand maken ook de geest van de mens; want zijn wijsheid en inzicht, en ook zijn liefde naastenliefde zetelen daar, en in het algemeen zijn leven. Het lichaam is slechts gehoorzaamheid. 4. Niets is van groter belang om te weten, dan de wijze waarop wil en verstand één gemoed maken; zij maken één gemoed zoals het goede en het ware. Van welke aard dit huwelijk is, zal blijken uit hetgeen zo aanstonds aangaande het goede en het ware zal worden aangevoerd; namelijk, dat zoals het goede het Zijn zelf van de zaak is, en het ware het daaruit voortvloeiende bestaan van de zaak, evenzo de wil bij de mens het Zijn zelf van zijn leven is, en het verstand het daaruit voortvloeiende bestaan van het leven; want het goede dat tot de wil behoort, vormt zich in het verstand, en treedt zichtbaar aan de dag.
587 Ware Christelijke Religie.
De eerste handeling van de nieuwe verwekking wordt de hervorming genoemd en behoort tot het verstand; de tweede handeling wordt de wederverwekking genoemd en behoort tot de wil en daaruit tot het verstand. Aangezien hier en in hetgeen volgt gehandeld wordt over de hervorming en de wederverwekking, en de hervorming wordt toegeschreven aan het verstand, en de wederverwekking aan de wil, zo is het noodzakelijk, dat men de verschillen kent, die er bestaan tussen het verstand en de wil. Deze zijn in W 397 beschreven (zie voorafgaand); daarom is het raadzaam, dat eerst te lezen en daarna de dingen, die in dit artikel staan. Dat de boosheden waarin de mens geboren is, in de wil van de natuurlijke mens geproduceerd worden, en dat de wil het verstand daartoe brengt, de wil te begunstigen door overeenkomstig te denken, werd daar eveneens aangetoond. Daarom is het, opdat de mens wederverwekt kan worden, noodzakelijk, dat dit door middel van het verstand geschiedt, als door de bemiddelende oorzaak; en dit geschiedt door de informatie die het verstand opneemt, en dit komt eerst van de ouders en leraren, en daarna door de lezing van het Woord, door predikingen, boeken en gesprekken. De dingen die het verstand daaruit opneemt, worden waarheden genoemd. Daarom is het hetzelfde, of men zegt dat de hervorming door middel van het verstand geschiedt, dan wel of men zegt dat zij door middel van de waarheden geschiedt, die het verstand opneemt. Want de waarheden leren de mens in wie en in wat hij geloven moet, voorts wat hij doen moet, dus wat hij willen moet; want wat iemand doet, dat doet hij uit zijn wil overeenkomstig het verstand. Daar nu de wil van de mens zelf boos is van geboorte af, en daar het verstand leert wat het boze en het goede is, en dat men het ene willen kan en het andere niet willen kan, zo volgt hieruit, dat de mens door het verstand hervormd moet worden. Maar zolang iemand ziet en met het gemoed erkent, dat het boze boos is en het goede goed is, en denkt, dat het goede verkozen moet worden, zolang wordt die staat hervorming genoemd; wanneer hij echter het boze gaat schuwen en het goede doen wil, zet de staat van de wederverwekking in.

 

bron: Emanuel Swedenborg