Wat zijn de vruchten van de wederverwekking ?
 
De wederverwekte mens heeft uit de Heer
een nieuwe wil en een nieuw verstand,
in een nieuw geestelijk lichaam;
dus wordt hij een geheel ander mens.
583 Ware Christelijke Religie (gedeeltelijk):
Er is bij de mens een voortdurende overeenstemming tussen die dingen, die op natuurlijke wijze en die, welke op geestelijke wijze, of tussen de dingen, die door het lichaam en die, welke door de geest plaatsvinden. De oorzaak hiervan is deze, dat de mens naar de ziel geestelijk wordt geboren, en met het natuurlijke wordt bekleed, wat zijn stoffelijk lichaam maakt. Daarbij komt, dat wanneer dit lichaam wordt afgelegd, zijn met een geestelijk lichaam beklede ziel in een wereld komt waarin alle dingen geestelijk zijn, en wordt daar in het gezelschap gelijkgezinden gebracht. Aangezien nu het geestelijk lichaam in het stoffelijk lichaam gevormd moet worden, en het gevormd wordt door de waarheden en goedheden, die uit de Heer invloeien door middel van de geestelijke wereld, en zij door de mens van binnen worden opgenomen in dergelijke dingen van hem als vanuit de natuurlijke wereld zijn, en die burgerlijke en zedelijke dingen worden genoemd, zo blijkt duidelijk, op welke wijze zijn vorming plaats vindt. En aangezien er, zoals gezegd, bij de mens een voortdurende overeenstemming is tussen de dingen die op natuurlijke wijze en die, welke op geestelijke wijze geschieden, zo volgt, dat die vorming is als de ontvangenis, de dracht in de baarmoeder, de geboorte en de opvoeding. Het is om deze reden, dat in het Woord onder natuurlijke geboorten de geestelijke geboorten worden verstaan, welke die van het goede en het ware zijn, want al wat staat in de zin van de letter van het Woord, omsluit en betekent het geestelijke.
601 Ware Christelijke Religie.
Dat de wederverwekte mens een vernieuwd of een nieuw mens is, weet de huidige Kerk zowel uit het Woord als uit de rede; uit het Woord door deze plaatsen: ‘Maakt u een nieuw hart en een nieuwe geest; want waarom zoudt gij sterven, o huis Israëls’, (Ezechiël 18:31); ‘Ik zal u een nieuw hart geven, en een nieuwe geest in het midden van u; en Ik zal het hart van steen uit u wegnemen, en Ik zal u een hart van vlees geven, en Ik zal mijn geest geven in het midden van u’, (Ezechiël 36:26, 27); ‘Van nu aan kennen wij niemand naar het vlees; zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel’, (II Corinthiers 5:16,17). Onder een nieuw hart wordt daar een nieuwe wil verstaan, en onder een nieuwe geest een nieuw verstand, want het hart betekent in het Woord de wil, en de geest, wanneer hij met het hart verbonden wordt, het verstand. Volgens de rede: dat de wederverwekte mens een nieuwe wil en een nieuw verstand heeft, komt omdat deze twee vermogens de mens maken, en deze het zijn, die wederverwekt worden. Vandaar is elk mens van dien aard als hij naar deze vermogens is, boos, als zijn wil boos is, en nog bozer, als zijn verstand zijn wil begunstigt, in het omgekeerde geval echter goed. Alleen de godsdienst vernieuwt en verwekt de mens weder; deze neemt de hoogste plaats in het menselijk gemoed in, en ziet onder zich de burgerlijke dingen, die tot de wereld behoren, en dringt ook door deze heen omhoog als het zuivere sap door de boom tot aan zijn top, en ziet van deze hoogte op de natuurlijke dingen zoals iemand van een toren of berg af de velden beneden overziet.
3212 Hemelse Verborgenheden (gedeeltelijk):
Wanneer de mens wordt wederverwekt, wordt hij geheel en al een ander, en wordt nieuw; daarom ook wordt hij, wanneer hij wederverwekt is "wederom geboren" en "opnieuw geschapen" genoemd. Dan is, hoewel hij eenzelfde gelaat en eenzelfde spraak heeft, toch zijn gemoed niet hetzelfde. Zijn gemoed is, wanneer hij wederverwekt is, hemelwaarts geopend, en daarin woont de liefde tot de Heer en de liefde jegens de naaste met het geloof. Het is het gemoed, dat de mens tot een ander en nieuw maakt; de verandering van staat kan niet waargenomen worden in het lichaam van de mens, maar in zijn geest. Het lichaam is slechts de bedekking van zijn geest en wanneer dit wordt afgelegd, treedt zijn geest te voorschijn, en wel in een geheel andere vorm, wanneer hij wederverwekt is. Hij bezit dan de vorm van de liefde en van de naastenliefde in onuitsprekelijke schoonheid, in plaats van de vorige vorm, die er een was van haat en wreedheid met een wanstaltigheid, die eveneens onuitsprekelijk is. Hieruit kan blijken, wat de wederverwekte is, of de wederom geborene, of de opnieuw geschapene, namelijk een geheel ander en nieuw mens.

 

bron: Emanuel Swedenborg