Wat is de derde staat van de zeven staten van hervorming en wederverwekking ?Een van berouw,waarin de mens van het boze begint af te zienen begint het goede te doenen het ware te spreken.9 Hemelse Verborgenheden.De derde staat is die van het berouw, waarin de mens uit zijn innerlijk vroom en met wijding spreekt en goede werken voortbrengt, als het ware die van de naastenliefde, niettemin zijn zij onbezield, omdat hij meent ze uit zichzelf te doen; en deze werken worden genoemd grasscheutjes, dan zaadzaaiend kruid, tenslotte vruchtbaar geboomte.29 Hemelse Verborgenheden."En God zei: Dat de aarde uitschiete grasscheutjes, kruid zaadzaaiende, vruchtbaar geboomte, dragende vrucht naar zijn aard, welks zaad daarin zij op de aarde. En het was alzo. En de aarde bracht voort grasscheutjes, kruid zaadzaaiende naar zijn aard, en vruchtdragend geboomte, welks zaad daarin was, naar zijn aard. En God zag dat het goed was." (Genesis 1:11,12). Wanneer de aarde, of de mens, dermate is voorbereid, dat hij van de Heer hemelse zaden ontvangen kan, en iets goeds en waars kan voortbrengen, doet de Heer eerst iets teers ontspruiten, wat grasscheutjes genoemd wordt; dan iets nuttigers dat zich verder voortplant, en zaadzaaiend kruid genoemd wordt; eindelijk iets goeds dat vruchten voortbrengt en vruchtdragend geboomte genoemd wordt, welks zaad daarin is, elk naar zijn aard. De mens die wedergeboren wordt, is eerst zodanig, dat hij het goede wat hij doet, acht uit hem zelf te zijn, en zo ook het ware wat hij zegt, acht uit hem zelf te zijn, terwijl het hiermee echter zo gesteld is, dat al het goede en al het ware van de Heer is. Daarom heeft diegene, die meent dat het van hem zelf is, nog niet het leven van het ware geloof, hoewel hij het later kan ontvangen, want hij kan nog niet geloven dat het van de Heer is, omdat hij in een staat van voorbereiding is, om het leven van het geloof te ontvangen. Deze staat wordt hier uitgebeeld door onbezielde dingen; en de staat van het leven van het geloof daarna door bezielde dingen. Dat de Heer de zaaier is, dat het zaad Zijn Woord is, en dat de aarde de mens is, heeft Hij Zelf zich verwaardigd te zeggen, zie, (Mattheüs 13:19 tot 24,37,38,39; Markus 4:14 tot 21; Lukas 8:11 tot 16). Hij zegt het ook op een dergelijk wijze: "Alzo is het Koninkrijk Gods, alsof een mens zaad in de aarde wierp, en sliep en opstond nacht en dag, en het zaad kiemde en wies op dat hij zelf niet wist hoe; want de aarde brengt vanzelf vrucht voort; eerst het kruid, daarna de aar, en tenslotte het volle koren in de aar", (Markus 4:26,27,28). Door het Koninkrijk Gods wordt in alomvattende zin de gehele hemel bedoeld; in minder omvattende zin de ware Kerk van de Heer; in bijzondere zin eenieder die van het ware geloof is, of die wedergeboren is door een leven van het geloof. Daarom wordt zo’n mens ook wel hemel genoemd, omdat de hemel in hem is, of Koninkrijk Gods, omdat het Koninkrijk Gods in hem is, wat de Heer Zelf leert: "Jezus, ondervraagd zijnde van de Farizeeën, wanneer het Koninkrijk Gods komen zou, antwoordde hun en zei: Het Koninkrijk Gods komt niet met uiterlijk gelaat, en men zal niet zeggen: zie hier, of zie daar, want zie, het Koninkrijk Gods is binnen ulieden" (Lukas 17:20,21). Dit is de derde staat van de wedergeboorte van de mens, zijn staat van berouw, die eveneens voortschrijdt van de schaduw naar het licht, of van de avond naar de morgen, waarom in, (Genesis 1:13) gezegd wordt: "En het was avond geweest, en het was morgen geweest, de derde dag"
bron: Emanuel Swedenborg