Hoedanig is deze staat van berouw ?
 
Het is er een van zelf-dwang
en daarom denkt de mens
dat hij het goede en het ware
doet uit zichzelf.
1937 Hemelse Verborgenheden (gedeeltelijk):
Dat de mens zichzelf moet dwingen om het goede te doen, om de dingen te gehoorzamen die door de Heer bevolen zijn, en om waarheden te spreken, dat is met name, om zich te verootmoedigen onder de handen van de Heer, of om zich te onderwerpen aan de macht van het Goddelijk goede en ware. Dit bevat meer verborgenheden, dan in weinig woorden kan worden uitgelegd. Er zijn sommige geesten, die, zolang zij in de wereld leefden, daar zij gehoord hadden, dat al het goede van de Heer uitging en de mens uit zichzelf niets goeds kon doen, tot beginsel hadden, zichzelf in niets te dwingen, maar zich te laten gaan, omdat zij van mening waren dat, omdat het eenmaal zo is, toch elk streven tevergeefs zou zijn, en vandaar de onmiddellijke invloed in het streven van hun wil afwachtten en zich niet dwongen om enig goeds te doen. Ja zelfs gingen zij zover, dat wanneer iets boos binnensloop, zij zich, daar zij niet enig verzet vanuit het inwendige voelden, aan dat boze ook overgaven, in de mening, dat zoiets geoorloofd is. Maar deze geesten zijn van dien aard, dat zij als het ware zonder eigen wezen zijn, zodat zij geen bestemming hebben; daarom behoren zij onder de onbruikbaren, want zij laten zich evenzeer door de bozen als door de goeden leiden, en zij hebben van de bozen veel te verduren. Zij daarentegen, die zichzelf gedwongen hebben tegenover het boze en valse, hoewel zij aanvankelijk meenden, dat dit uit henzelf of uit eigen kracht geschiedde, maar die later verlicht werden, dat hun streven, ja zelfs het allerkleinste deel van hun streven, van de Heer uitging, kunnen in het andere leven niet door boze geesten geleid worden, maar verkeren onder de gelukzaligen. Hieruit kan blijken, dat de mens zich moet dwingen om het goede te doen en het ware te spreken. De verborgenheid die hierin verscholen ligt, is deze, dat de mens aldus van de Heer begiftigd wordt met het hemelse eigene. Het hemelse eigene van de mens wordt in het streven van zijn denken gevormd, en wanneer hij zich dit streven niet verwerft door zich te dwingen, zoals het de schijn heeft, verwerft hij het zich nooit door zich niet te dwingen.

 

 

bron: Emanuel Swedenborg