Wat is de vierde staat van de zeven staten van hervorming en wederverwekking ?
 
Die waarin de liefde en het geloof
in zijn innerlijk worden ontstoken.
10 Hemelse Verborgenheden.
De vierde staat: wanneer de mens door liefde wordt aangedaan en door geloof verlicht. Voorheen heeft hij wel vrome dingen gezegd en goede dingen gedaan, maar dit tengevolge van een toestand van verzoeking en benauwenis, niet uit geloof en naastenliefde: daarom worden deze nu in de innerlijke mens ontstoken en de twee lichten genoemd.
 
Wat is de vijfde staat ?
 
Die waarin hij begint uit geloof te spreken
en zich in het ware en goede bevestigen.
48 Hemelse Verborgenheden (gedeeltelijk):
Hieruit blijkt nu, wat de vijfde staat is, namelijk dat de mens uit het geloof, hetgeen tot het verstand behoort, spreekt, en zich daaruit in het ware en het goede bevestigt, en wat hij dan voortbrengt, is bezield, hetgeen ‘vissen der zee en vogelen der hemelen’ genoemd wordt.
5135 Hemelse Verborgenheden (gedeeltelijk):
Wanneer echter de mens in leeftijd vordert, en niet zoals eerder uit de ouders en de leermeesters, maar uit zichzelf aanvangt te denken, dan herneemt en herkauwt hij als het ware de dingen die hij eerder geleerd en geloofd had, en óf hij bevestigt ze, óf hij twijfelt daaraan, óf hij ontkent ze. Indien hij ze bevestigt, is het een aanwijzing dat hij in het goede is; indien hij ze echter ontkent, is het een aanwijzing dat hij in het boze is; indien hij echter daaraan twijfelt, is het een aanwijzing dat hij in de volgende leeftijd óf tot het bevestigende, óf tot het ontkennende nadert. De dingen die de mens als klein kind in de eerste leeftijd aangrijpt of gelooft, en die hij daarna óf bevestigt, óf in twijfel trekt, óf ontkent, zijn vooral deze: dat God is, en dat Deze één is, dat Hij alle dingen heeft geschapen, dat Hij diegenen beloont die goed handelen, en diegenen straft die de boze dingen doen, dat er een leven is na de dood, en dat al de bozen in de hel komen, en de goeden in de hemel, en dus dat de hel en de hemel zijn, dat het leven na de dood eeuwig is, voorts dat men dagelijks moet bidden, en dit nederig, dat men de dagen van de sabbat moet heilig houden, de ouders moet eren, niet moet echtbreken, niet doden, niet stelen, en eendere dingen meer. Deze dingen zuigt de mens op en doordrenkt zich daarmee vanaf de kindertijd, maar indien hij, wanneer hij aanvangt te denken en zichzelf te leiden, zulke dingen bij zich bevestigt, en daar tal van dingen aan toevoegt die nog innerlijker zijn, en volgens die leeft, zo is het goed met hem.

 

 

bron: Emanuel Swedenborg