Wat is de echte naastenliefde ?
 
Te handelen in elk werk en ambt uit de liefde tot gerechtigheid,
met oordeel, maar uit een liefde nergens anders vandaan
dan van de Heer God Zaligmaker.
422 Ware Christelijke Religie.
De naastenliefde zelf is: gerecht en getrouw handelen in ambt, zaken en beroep, waarin eenieder is Dit komt, omdat alle dingen, die de mens op deze wijze doet, de samenleving tot nut zijn, en het nut het goede is, en het goede in de van de persoon verwijderde zin de naaste is. Dat niet alleen de mens afzonderlijk, maar ook het kleinere gezelschap en het vaderland zelf de naaste is, werd eerder aangetoond. Zo bijvoorbeeld wil een koning, die zijn onderdanen in goed handelen met een goed voorbeeld voorgaat, dat dezen leven overeenkomstig de wetten van de gerechtigheid. Hij beloont degenen die zo leven, en beschouwt eenieder naar verdienste, beschermt hen tegen beledigingen en aanvallen. Hij handelt als een vader van het rijk, en zorgt voor het algemeen welzijn van zijn volk; in zijn hart is naastenliefde, en zijn daden zijn goede werken. Een priester, die de waarheden uit het Woord leert, en door die tot het goede van het leven, en zo dus tot de hemel leidt, die beoefent, omdat hij voor de zielen van de mensen van zijn Kerk zorgt, op uitnemende wijze de naastenliefde. Een rechter, die naar gerechtigheid en naar de wet oordeel spreekt, en niet vanwege geschenken, vriendschap en verwantschap, zorgt voor de samenleving en voor de mens in het bijzonder; voor de samenleving, omdat deze daardoor in de gehoorzaamheid van de wet wordt gehouden, en in de vrees om haar te overtreden; en voor de mens in het bijzonder, omdat daardoor de gerechtigheid over het onrecht zegeviert. Wanneer een koopman in oprechtheid en niet met bedrog handelt, zorgt hij voor de naaste met wie hij zaken doet; desgelijks de werkman en de vakman, zo zij hun werk oprecht en ernstig, en niet misleidend en bedrieglijk doen; evenzo is het gesteld met de overigen, als met kapiteins en matrozen, en met landbouwers en knechten.
 459 Ware Christelijke Religie (gedeeltelijk):
.......... Nadat deze toespraken, strekte ik mijn hand uit, en vroeg of het mij, hoewel een vreemdeling, veroorloofd was, ook mijn mening aan te voeren. De voorzitter stelde het voor, en nadat de toestemming gegeven was, sprak ik als volgt: "Mijn mening is, dat de naastenliefde is vanuit de liefde van de gerechtigheid, met oordeel in elk werk en beroep te handelen, maar vanuit een liefde nergens anders vandaan dan uit de Heer God Zaligmaker. Alle dingen die ik heb horen zeggen door hen die op de banken zitten aan de rechter- en linkerzijde, zijn welbekende betuigingen van naastenliefde, maar zoals de voorzitter van deze vergadering in zijn inleiding zei, is de naastenliefde in haar oorsprong geestelijk en in haar afleiding natuurlijk; en de natuurlijke naastenliefde verschijnt, wanneer deze van binnen geestelijk is, voor de engelen doorzichtig als diamant, maar wanneer zij van binnen niet geestelijk is, en vandaar louter natuurlijk is, verschijnt zij voor de engelen als een parel, gelijk aan het oog van een gekookte vis. Het staat niet aan mij, om te zeggen of de welbekende betuigingen van de naastenliefde, die u in volgorde hebt voorgedragen, al dan niet door de geestelijke naastenliefde zijn ingegeven; maar wel is het hier mijn plicht, om te zeggen wat het geestelijke is, dat daarin behoort te zijn, opdat zij natuurlijke vormen van de geestelijke naastenliefde zijn. Het geestelijke daarvan is dit, dat zij met oordeel gedaan worden uit de liefde van de gerechtigheid, dat wil zeggen, dat de mens bij de betrachting van de naastenliefde duidelijk ziet, of hij uit gerechtigheid handelt, en dit ziet hij in vanuit oordeel. Want de mens kan door weldaden boos doen, en ook door zulke dingen, die als euveldaden verschijnen, weldoen. Zo doet bijvoorbeeld diegene door weldaden kwaad, die een behoeftige rover de middelen verschaft, waarmee hij een zwaard koopt, hoewel deze man dit niet zei, toen hij om steun vroeg; of wanneer hij hem uit de kerker verlost, en hem de weg naar het woud wijst, terwijl hij bij zichzelf zegt: "Het is mijn schuld niet, dat hij roverij pleegt; ik ben de mens te hulp gekomen!" Een ander voorbeeld: zo iemand een luiaard voedt, en daarvoor zorgt dat hij niet gedwongen wordt tot arbeid, en tot hem zegt: "Ga in een kamer van mijn huis en ga op bed liggen; waarom zou u zich vermoeien?", want zo iemand begunstigt de luiheid. Nog een ander voorbeeld: neem iemand, die verwanten en vrienden van onrechtschapen inborst tot ereposten bevordert, waarin zij allerlei soorten van boosaardige aanslagen kunnen beramen; wie kan niet zien, dat dergelijke werken van naastenliefde niet uit enige liefde van de gerechtigheid met oordeel voortkomen? Omgekeerd ook, dat de mens kan weldoen door dingen die lijken alsof zij kwaaddoen; zo bijvoorbeeld een rechter, die een boosdoener vrijspreekt, omdat hij huilt, en zich in woorden van vroomheid ontboezemt, en bidt, dat hij hem zal vergeven, daar hij zijn naaste is; terwijl toch de rechter een werk van de naastenliefde verricht, wanneer hij hem de straf overeenkomstig de wet oplegt, want aldus voorkomt hij,dat de man verder kwaad doet en schadelijk is voor de maatschappij, die in een eerdere graad de naaste is, en voorkomt hij het schandaal van een vrijsprekend oordeel.

 

bron: Emanuel Swedenborg