Wie is de naaste die men moet liefhebben ?
 
Ieder mens afzonderlijk,
maar overeenkomstig de hoedanigheid van zijn goedheid;
dus het goede zelf in de naaste.
406 Ware Christelijke Religie.
De mens is niet ter wille van zichzelf, maar ter wille van anderen geboren, dat wil zeggen, opdat hij niet voor zichzelf leeft maar voor anderen, anders zou er niet enig samenhangend gezelschap zijn, en daarin niet enig goede. Het algemeen gezegde luidt, dat een ieder zichzelf de naaste is, maar de leer van de naastenliefde leert, hoe dat moet worden verstaan; namelijk, dat eenieder voor zichzelf moet voorzien in de behoeften van het leven, zoals: voedsel, kleding, woning, en tal van dingen, die in het burgerlijk leven, waarin hij is, noodzakelijk vereist worden; en dit niet alleen voor zichzelf, maar ook voor de zijnen, en ook niet alleen voor de tegenwoordige tijd, maar eveneens voor de toekomst. Want wanneer iemand zich niet de behoeften van het leven verschaft, is hij niet in staat de naastenliefde uit te oefenen, want hij heeft aan alle dingen gebrek. Op welke wijze echter eenieder voor zichzelf de naaste moet zijn, kan blijken uit het volgende, wat op hetzelfde neerkomt: een ieder moet zijn lichaam van voedsel voorzien; dit moet het eerste zijn, maar ter wille van dit doel, dat er een gezond gemoed in een gezond lichaam is; en eenieder moet zijn gemoed van voedsel voorzien, namelijk van dergelijke dingen, die tot het inzicht en oordeel behoren, maar ter wille van dit doel, dat hij daardoor in staat is, de medeburger, de samenleving, het vaderland, de Kerk, en dus zo de Heer te dienen. Wie dit doet, die zorgt goed voor zichzelf tot in eeuwigheid. Hieruit blijkt duidelijk, wat het eerste is in de tijd, en wat het eerste in het einddoel is; en dat het eerste in het einddoel datgene is, waarop alle dingen gericht zijn. Het is hiermee ook zo gesteld als met iemand, die een huis bouwt; eerst moet hij het fundament leggen, maar het fundament moet voor het huis zijn, en het huis voor de bewoning. Wie gelooft, dat hij in de eerste plaats of voornamelijk voor zichzelf de naaste is, is gelijk iemand die het fundament als einddoel beschouwt en niet de bewoning, terwijl toch het wonen het eerste en laatste einddoel zelf is, en het huis met het fundament slechts het middel tot het einddoel.
 417 Ware Christelijke Religie.
Wie weet niet, dat de mens niet mens is door het menselijk aangezicht en door het menselijk lichaam, maar door de wijsheid van zijn verstand en door de goedheid van zijn wil, en naarmate deze hoedanigheden stijgen, maakt dat hij meer mens is? Wanneer de mens geboren is, is hij bruter dan enig dier, maar hij wordt mens door onderwijzingen, die, naarmate zij opgenomen worden, zijn gemoed vormen, waardoor en overeenkomstig de mens werkelijk mens is. Er zijn beesten, waarvan de aangezichten op de menselijke aangezichten lijken, maar zij verheugen zich niet in het bezit van enig vermogen om te verstaan en uit verstand iets te doen, maar zij handelen uit het instinct, dat door hun natuurlijke liefde wordt opgewekt. Het onderscheid is, dat het beest in klanken de aandoeningen van zijn liefde uit, terwijl de mens ze, nadat hij ze in gedachten heeft gekleed, uitspreekt. Voorts, dat het beest met neergebogen gezicht naar de aarde ziet, de mens echter met opgericht aangezicht naar de hemel rondom ziet. Hieruit kan men als gevolgtrekking maken, dat de mens voor zoveel mens is, als hij uit gezonde rede spreekt en zijn verblijf in de hemel voor ogen heeft, en dat hij voor zoveel geen mens is, als hij uit verkeerde rede spreekt, en alleen zijn verblijf in de wereld voor ogen heeft. Maar toch zijn dezen mensen, doch niet in werkelijkheid maar naar vermogen; want elk mens beschikt over het vermogen tot het verstaan van waarheden en tot het willen van goedheden; maar voor zoveel hij de goedheden niet doen noch de waarheden verstaan wil, kan hij in uitwendige dingen de mens nabootsen en diens aap spelen.

 

bron: Emanuel Swedenborg